Bij het vaststellen van permanente bewoning houden wij een aantal indicatoren aan. Als er sprake is van een of meerdere van de volgende indicatoren, gaat het college ervan uit dat de recreatiewoning permanent bewoont wordt:
Inschrijving Basisregistratie personen op het adres van de recreatiewoning;
In het geval een persoon ingeschreven staat op een ander adres, maar dit adres niet beschikt over een zelfstandige woonruimte;
Als er sprake is van een gezinssituatie, de plek waar iemand werkelijk woont met het gezin;
De plaats van waaruit het vermogen wordt beheerd (zetel van fortuin);
De plaats waar de persoonlijke zaken behartigd worden en de goederen en eigendommen in beheer zijn;
Zijn er meerdere adressen waar iemand woont, dan geldt het adres waar naar redelijke verwachting gedurende een half jaar tenminste twee derde van die tijd als woonruimte in gebruik was, als hoofdverblijf;
Verklaring van betrokkene dat die woonachtig is op het recreatieadres;
Gemeentelijke belastingadministratie: zie geheimhoudingsplicht artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen);
Huisvuiladministratie: aanbieden huisvuil;
Uitkeringsadministratie: op het recreatieadres is een uitkering aangevraagd;
Belastingdienst: voor het recreatieadres is huurtoeslag aangevraagd;
Aanvragen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente;
Aanvragen om een omgevingsvergunning;
Energie- en waterleidingbedrijven: informatie over opgeven woonadres en over ge- en verbruik;
Gegevens over de WOZ-waarde van de recreatiewoning;
Gegevens van de Kamer van Koophandel indien een bedrijf in recreatieverblijf is gevestigd;
Kentekengegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer met betrekking tot bij het recreatieverblijf geparkeerde auto’s;
Gegevens uit de telefoongids;
Nachtregister van ondernemers die nachtverblijf aanbieden;
Foto’s van het recreatieverblijf;
Feitelijke controles en waarnemingen waarbij wordt beschreven en gemotiveerd waarom de controleur vindt dat er sprake is van een bewoonde indruk.
Als het college op basis van bovenstaande indicatoren vaststelt dat er permanente bewoning plaatsvindt, is het aan de vermeende overtreder om aan te tonen dat hij niet permanent in de recreatiewoning woont. Bovenstaande lijst is niet uitputtend. In het geval van controle andere aanwijzingen doen duiden op permanente bewoning, kunnen deze aanwijzingen eveneens meegenomen worden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.6
Indicatoren voor permanente bewoning
Onderdeel van Beleidsregel handhaving permanente bewoning recreatiewoningen gemeente Het Hogeland