Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 20.

Woonkostentoeslag

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Hilvarenbeek 2024

1.. In geval van bewoning van een huurwoning, woonwagen of woonschip geldt: Als een belanghebbende een woning bewoont, waarvan de hoogte van de woonkosten, gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag geen belemmering vormt voor de toekenning van huurtoeslag, maar hij door omstandigheden buiten zijn schuld nog geen aanspraak kan maken op deze toeslag, wordt bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag verstrekt tot de datum waarop belanghebbende wel huurtoeslag ontvangt of redelijkerwijs had kunnen ontvangen. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende op grond van de Wet op de huurtoeslag voor deze woonkosten per maand zou ontvangen. 2.. In geval van bewoning van een eigen woning geldt: Als een belanghebbende woont in een woning die hij in eigendom heeft en waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag geen belemmering zou vormen voor toekenning van een huurtoeslag, wordt bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag verstrekt. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende op grond van de Wet op de huurtoeslag voor deze woonkosten per maand zou ontvangen. Er wordt slechts voor één woning woonkostentoeslag verstrekt, namelijk voor de woning die de belanghebbende ook daadwerkelijk bewoont. Er wordt geen woonkostentoeslag verstrekt voor woningen of andere panden die niet door de belanghebbende feitelijk worden bewoond. 3.. In afwijking van artikel 7 geldt voor de woonkostentoeslag geldt een inkomensgrens van 100%. 4.. In geval van woonkosten boven de maximale huurprijs zoals omschreven in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag geldt: Wanneer belanghebbende een woning huurt of woont in een woning waarvan hij de eigenaar is, wordt een toeslag verstrekt welke in overeenstemming met lid 1 onder b van deze beleidsregel wordt berekend. Als de woonkosten uitkomen boven de maximale rekenhuur komen deze volledig voor bijzondere bijstand in aanmerking. De woonkostentoeslag wordt verstrekt tot de datum waarop de belanghebbende wel aanspraak kan maken op huurtoeslag of, als huurtoeslag niet aan de orde is, voor de periode van maximaal 12 maanden. 5.. Bij een bijstandsverlening zoals beschreven in het vierde lid wordt met toepassing van artikel 55 van de wet de verplichting verbonden dat belanghebbende binnen 12 maanden na de datum van de toekenningsbeschikking verhuist naar een goedkopere woning, en als het een eigen woning betreft, de woning binnen 6 maanden na de datum van de toekenningsbeschikking te koop aanbiedt. 6.. De verplichting bedoeld in het vijfde lid omvat in ieder geval, dat de belanghebbende alles in het werk stelt om binnen de gestelde termijnen aan de verplichting te voldoen. 7.. Gedurende de toekenningsperiode kan getoetst worden of de belanghebbende de verplichtingen bedoeld in het vijfde lid naar behoren naleeft. Als blijkt dat belanghebbende deze verplichtingen niet naar behoren naleeft, kan de bijstandsverlening direct worden beëindigd. 8.. De verhuisplicht als bedoeld in het vijfde lid wordt niet opgelegd aan belanghebbenden met een beperking, als de hoge huur veroorzaakt wordt door voorzieningen die in de woning aangebracht zijn vanwege de beperking(en). 9.. Als de belanghebbende naar vermogen getracht heeft te voldoen aan de verplichting bedoeld in het vijfde lid, maar dit niet gelukt is, dan kan de woonkostentoeslag worden verlengd met maximaal 3 x 6 maanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel