**1..** Een persoon van 18, 19 of 20 jaar heeft recht op een jongerentoeslag voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan van de belanghebbende uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm (artikel 20 van de wet) en er voor deze kosten geen beroep gedaan kan worden op de ouders omdat:
de middelen van de ouders niet toereikend zijn, óf
de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht ten aanzien van zijn ouders niet te gelde kan maken.
**2..** De belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval geacht zijn onderhoudsrecht ten aanzien van zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde te kunnen maken als hij voorafgaand aan de bijstandsverlening in het kader van de Jeugdwet buiten het gezin is geplaatst.
**3..** De jongerentoeslag wordt vastgesteld, rekening houdend met de individuele omstandigheden, maar bedraagt:
voor een alleenstaande van 18 tot 21 jaar: maximaal de HBO-norm voor levensonderhoud voor een uitwonende studerende op grond van de WSF 2000, zoals dat wordt genoemd in artikel 33, tweede lid, sub b van de wet;
voor een alleenstaande ouder van 18 tot 21 jaar: de hoogte van de geldende bijstandsnorm inclusief toeslag, zoals die zou gelden voor een persoon van 21 jaar.
**4..** Voor de jongere van 18, 19 of 20 jaar in een inrichting verblijvend, die aan het genoemde onder lid 1 sub a en b en lid 2 voldoet, wordt bijzondere bijstand verstrekt overeenkomstig de norm in een inrichting zoals genoemd in artikel 23 van de wet.
HOOFDSTUK 8.
Artikel 37.
Jongerentoeslag
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Hilvarenbeek 2024