Binnen een bouwvlak mogen al diverse gebouwen en ‘bouwwerken geen gebouwen zijnde’ worden gerealiseerd. De ruimtelijke impact van het plaatsen van een kleinschalig zonneveld, zowel in het stedelijk gebied als in het buitengebied, is dan ook in beginsel kleiner als ze binnen het bouwvlak worden geplaatst. Het bouwvlak bevat al bouwmogelijkheden en voor het zonneveld worden geen nieuwe bouwmogelijkheden gecreëerd.
Een kleinschalig zonneveld, dat binnen het bouwvlak in het stedelijk gebied of in het buitengebied wordt geplaatst moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
Een kleinschalig zonneveld mag niet voor de voorgevel van het hoofdgebouw of voor de voorgevel van naastgelegen hoofdgebouwen worden geplaatst;
De bouwhoogte bedraagt maximaal 1,20 meter (gemeten vanaf het maaiveld);
Maximaal 50% van het onbebouwde perceel binnen de functietoedeling (voorheen bestemmingsvlak) in het achtererfgebied mag worden bebouwd met een kleinschalig zonneveld tot een maximum van 350 m².
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.1
Voorwaarden plaatsing binnen bouwvlak
Onderdeel van Beleid kleinschalige grond- en veldopstellingen van zonnepanelen voor eigen gebruik