Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.3

Voorwaarden plaatsing buiten (bijbehorende) functietoedeling

Onderdeel van Beleid kleinschalige grond- en veldopstellingen van zonnepanelen voor eigen gebruik

Buiten een functietoedeling (voorheen bestemmingsvlak) zijn er vaak geen bouwmogelijkheden ten behoeve van bouwwerken voor een andere activiteit. In het stedelijk gebied is de impact van het realiseren van een kleinschalig zonneveld buiten de eigen (bijbehorende) functietoedeling vaak groot, maar in het buitengebied is dat vaak nog groter. In het buitengebied hebben gebieden vaak (hoofdzakelijk) agrarische functies en mag er enkel kleinschalig of tijdelijk gebouwd worden ten behoeve van deze agrarische activiteiten (denk bijvoorbeeld aan tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen). Vanwege de ruimtelijke impact van het bouwen buiten de eigen (bijbehorende) functietoedeling (voorheen bestemmingsvlak) gelden daarom de volgende voorwaarden: Een kleinschalig zonneveld mag niet voor de voorgevel van het hoofdgebouw of de voorgevel van naastgelegen hoofdgebouwen worden geplaatst; De bouwhoogte bedraagt maximaal 1,20 meter (gemeten vanaf maaiveld), tenzij vanwege de aanwezige landschappelijke of cultuurhistorische waarden (denk bijvoorbeeld aan het open karakter van het landschap of aan bepaalde cultuurhistorische zichtlijnen) een lagere bouwhoogte gewenst is; Het kleinschalige zonneveld moet zo veel mogelijk grenzen aan de bijbehorende functietoedeling, op een zo efficiënt mogelijke wijze met een zo laag mogelijke impact op de omgeving, in het kader van zuinig ruimtegebruik. Op welke exacte locatie het zonneveld wordt gerealiseerd, dient per situatie te worden getoetst. Dit is een vorm van maatwerk. Is het kleinschalig zonneveld groter dan 50 m² én gelegen in het buitengebied dan gelden ook de volgende voorwaarden: Bij de keuze van de plaatsing en situering moet aangesloten worden bij het landschapstype en de aanwezige landschapselementen. Het kleinschalig zonneveld leidt niet tot een aantasting van de bestaande aanwezige kernkwaliteiten van het landschap en landschapselementen (zoals een heg, houtwal of een talud); Het kleinschalige zonneveld moet zorgvuldig landschappelijk ingepast worden, passend binnen het gebied, waarbij gebruik gemaakt wordt van streekeigen beplanting;

Rechtspraak bij dit artikel