Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.2

Laboratoriumanalyses

Onderdeel van Regionale Bodemkwaliteitskaart PFAS

Van elke boring is de bovengrond tot 0,5 m -mv geanalyseerd op PFAS. Van elke boring is ook één monster van de ondergrond geanalyseerd (maximale bodemlaag 0,5 m dik). Hierbij is gevarieerd in het dieptetraject van 0,5 tot 2,0 m -mv, afhankelijk van de grondwaterstand. De uitgevoerde analyses zijn te vinden in tabel 3.2. Dieptetraject De dieptetrajecten zijn gekozen op basis van hetgeen het THK aangeeft met onderbouwing van RWS Leefomgeving (Bodem+) ten aanzien van de verdachte bodemlagen. Gezien de verspreidingsroute van PFAS via atmosferische depositie is de bovengrond (0-0,5 m -mv) voornamelijk verdacht op het voorkomen van PFAS. Verder is PFAS mobiel en goed oplosbaar in water. Om deze reden wordt ook de ondergrond rond de grondwaterstand aangemerkt als mogelijk verdacht. Uit de boringen blijkt dat de grondwaterstand varieert van 1,0 tot dieper dan 2,0 m -mv. Veldmonsters van variërende dieptes in de ondergrond en waar mogelijk rond de grondwaterstand zijn geanalyseerd. Aanvullende data gemeente Almelo Van de gemeente Almelo waren al wel PFAS-gegevens beschikbaar die conform de eisen voor het opstellen van een bodemkwaliteitskaart zijn verzameld. Voor verdere details verwijzen we naar het separate rapport (Statistische kentallen PFAS - gemeente Almelo. Tauw, kenmerk R001-1272743EVF- V03-rlk-NL, d.d. 6 april 2020). De monsters van Almelo zijn geanalyseerd op 28 PFAS-parameters (advieslijst Bodem+). Verder is er indicatief onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van GenX door drie monsters per zone in de bovengrond te analyseren. Hieruit is gebleken dat GenX niet aangetoond is (beneden de rapportagegrens).

Rechtspraak bij dit artikel