Op basis van de kostendekkingsberekeningen is het voorstel om voor alle BUCH gemeenten de variant duurzaam financieren toe te passen. Dit houdt in dat zoveel mogelijk rechtstreeks van de voorziening af wordt gehaald. Wanneer de investeringen hoog zijn en de voorziening niet toereikend is, wordt geactiveerd. Hiermee wordt de restschuld verlaagd.
In de aankomende planperiode met een doorkijk t/m 2097 sparen we dus bij voorkeur voor alle investeringen, zo lang als de voorziening toereikend is. De geactiveerde (rest)investeringen leiden tot een boekwaarde. Uit de boekwaarde volgen kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) voor een bepaalde duur. Het uitgavenpatroon in combinatie met het boekwaardeverloop en de boekwaarde van investeringen uit het verleden leiden tot het lastenpatroon. Hieruit volgen de benodigde totale baten en de benodigde rioolheffing.
Bij de interpretatie van de resultaten dient rekening te worden gehouden met de huidige, lage rentestand. Naast de renteontwikkelingen zijn er andere onzekerheden in de toekomst die de rioolheffing zullen beïnvloeden zoals kostenontwikkeling van (bouw)materialen en ontwikkelingen rondom klimaatadaptatie.
Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient de rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Ter bevordering van lastenegalisatie worden verschillen tussen totale baten en lasten verwerkt op de Voorziening Riolering (art. 44.2 BBV).
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.7
Kostendekking
Onderdeel van Programma Water en Riolering (PWR) 2023-2026 Uitgeest