Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2

Artikel 6.2.1

Uitgangspunten

Onderdeel van Programma Water en Riolering (PWR) 2023-2026 Heiloo

In de rapporten ‘Kostendekking’ van Arcadis (februari 2023) zijn de kostendekkingsberekeningen per gemeente uitgewerkt en toegelicht. Startsituatie Rente en inflatie De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 1,0%. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast in het jaar van investering. Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen; Er vindt per jaar 2,4% indexatie van de uitgaven plaats (als gevolg van inflatie). BTW Jaarlijks belasten we 21% aan de rioolheffing, op basis van directe exploitatiekosten (variant C) en daarnaast ook over afschrijvingen (variant A en B). Voorzieningen Het saldo van de Egalisatievoorziening riolering (BBV 44.2) per 1 januari 2023 Het saldo van de voorziening(en) mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn; Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot. Het beleidsuitgangspunt ten aanzien van de voorziening is om gemiddeld een voorziening van 1 miljoen aan te houden. Investeringen De langjarige, cyclische vervangingsinvesteringen hebben we voor de hele beschouwde periode bepaald op basis van het beheersysteem en standaard levensduren. De onderliggende kostenkengetallen zijn een combinatie van kostenkengetallen Kennisbank en eigen kostenkengetallen. De kostenkengetallen van de Kennisbank (2015) hebben we met 2% per jaar geïndexeerd om ze op prijspeil 2023 te brengen. We activeren alle investeringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen: De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor vrij verval riolering, drukriolering, persleidingen en VST’s bedraagt 60 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor bouwkundige delen van gemalen en randvoorzieningen bedraagt 45 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor bouwkundige delen van randvoorzieningen bedraagt 45 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor elektro-/mechaniche delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen bedraagt 15 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor infiltratievoorzieningen en drainage bedraagt 30 jaar. De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering. Heffingseenheden Het aantal (equivalente) heffingseenheden per 1 januari 2023 is ingevoerd. Dit aantal eenheden is berekend op basis van de totale baten (bruto, inclusief kwijtschelding en oninbaar) en de werkelijke rioolheffing in 2023. Per gemeente is een stijging ingevoerd gebaseerd op een percentage van de huidige woningbouwprognose. Rioolheffing Het fictieve tarief voor de rioolheffing is een gewogen gemiddelde van de inkomsten uit verschillende tariefklassen op basis van het werkelijk aantal heffingseenheden. Er wordt rekening gehouden met kwijtschelding en oninbaar; De rioolheffing mag maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b); Reserveren voor toekomstige vervangingsinvesteringen - door dotaties aan de reserves en/of (spaar)voorziening is - toegestaan; Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan; De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de waterhuishouding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel