Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.6

Artikel 4.6.1

Geluidproductie

Onderdeel van Uitvoeringsbeleid evenementen Oirschot 2024

Tijdens evenementen ontstaat in meer of mindere mate geluidshinder voor de omgeving. Dit is onvermijdelijk en tot op een zekere hoogte aanvaardbaar, omdat festiviteiten bij het dorpsleven en de leefbaarheid horen en de geluidshinder beperkt is tot een aantal dagen per jaar. Om de overlast binnen de perken te houden worden geluidsnormen opgelegd. De basis hiervoor is artikel 4:6 van de APV. Gedurende het evenement moet de organisatie alles in het werk stellen om geluidsoverlast tot een minimum te beperken. Bij geluidsproductie wordt onderscheid gemaakt tussen inpandige activiteiten en buitenactiviteiten. Een buitenactiviteit vindt plaats in de openlucht, in een tent, onder een overkapping of een ander bouwsel wat niet of nauwelijks geluid absorbeert. Als evenementen tegelijkertijd zowel inpandig als buiten gevierd worden gaan de geluidsnormen voor buitenactiviteiten boven de geluidsnormen voor inpandige activiteiten. De metingen moeten uitgevoerd worden conform de ‘Meet- en rekenmethode geluid industrie’ uit de Omgevingsregeling (bijlage IVh). Bij de beoordeling wordt geen strafcorrectie voor muziekgeluid, bedrijfsduurcorrectie en meteocorrectie toegepast. Metingen worden verricht op het gemiddelde geluidsniveau, het equivalente geluidsniveau (LAeq), over 1 tot 5 minuten (LAeq,T). Metingen op de gevel worden in principe uitgevoerd op de gevel van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige objecten. Als er binnen een afstand van 50 meter van een podium (openlucht) of tent geen geluidsgevoelige objecten zijn gesitueerd dan worden de metingen verricht op een afstand van 50 meter. In de meeste gevallen wordt gemeten op de dB(A)-norm (gemiddelde van de gehoorde geluidssterkte over alle toonhoogtes (frequenties)) en op de dB(C)-norm (gemiddelde over alle toonhoogtes waar lage tonen sterker worden meegeteld). De GGD Brabant-Zuidoost heeft geadviseerd om lokaal beleid te ontwikkelen om gehoorschade bij bezoekers van evenementen te voorkomen. De Gezondheidsraad adviseert hiervoor een maximale geluidsnorm van 100 dB(A). Er wordt een verschil in drie geluidsnormen gemaakt, te meten op een afstand vanaf een geluidproducerende voorziening, namelijk 88 dB(A), 92 dB(A) en 100 dB(A). Aan deze normen conformeert de gemeente zich. Afhankelijk van welke norm van toepassing is moet een organisatie maatregelen nemen om gehoorschade te voorkomen. 4.6.1.1 Evenementen buiten een inrichting Op grond van artikel 4.6. van de APV is het verboden op een zodanige wijze toestellen te gebruiken of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder ontstaat of een ernstig risico bestaat op letsel en/of andere vormen van gehoorschade. Van het verbod in artikel 4:6 van de APV kan ontheffing worden verleend. Aan die ontheffing worden geluidsnormen gekoppeld. Deze geluidsnormen gelden zowel voor buitenevenementen als evenementen in een gebouw die niet tot een inrichting behoort. Algemeen Binnen de gemeente worden op verschillende locaties evenementen gehouden. Daarbij gelden de volgende geluidsvoorschriften: Het equivalente geluidsniveau (LAeq,T) tijdens het evenement mag op 1,5 meter meethoogte, ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen of aangegeven rekenpunten, niet hoger zijn dan 70 dB(A) en 85 dB(C) (geen akoestisch onderzoek nodig). Aanvullingen Aanvullend op de algemene geluidsvoorschriften kan één van onderstaande aanvullingen van toepassing zijn. Vergunningsvrije evenementen Aanvullend op de algemene geluidsnormen geldt voor vergunningsvrije evenementen het volgende: Het LAeq,T mag tijdens het evenement op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte niet hoger zijn dan 88 dB(A). Vergunningsplichtige evenementen Aanvullend op de algemene geluidsnormen geldt voor vergunningsplichtige evenementen het volgende: Het LAeq,T mag tijdens het evenement op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte niet hoger zijn dan 100 dB(A) en 115 dB(C). Evenementen voor 18- Aanvullend op de algemene geluidsnormen en in afwijking van het niveau voor vergunningsplichtige evenementen geldt voor evenementen die (voornamelijk) gericht zijn op personen jonger dan 18 jaar het volgende: Het LAeq,T mag tijdens het evenement op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte niet hoger zijn dan 88 dB(A). Uitzonderingen In principe gelden de algemene geluidsvoorschriften, tenzij één of meerdere van onderstaande uitzonderingen van toepassing is. Dan gelden ook de geluidsvoorschriften van de uitzondering in plaats daarvan. Aangewezen evenemententerreinen In de gemeente zijn in het omgevingsplan locaties aangewezen als evenemententerrein. Deze terreinen zijn aangewezen, omdat meerdere keren per jaar hier evenementen (kunnen) worden gehouden. In principe gelden hiervoor de algemene geluidsnormen, dus LAeq,T niet hoger dan 70 dB(A) en 85 dB(C), maar omdat op de aangewezen terreinen veelal de grotere (muziek)evenementen worden georganiseerd en deze terreinen veelal zijn gelegen tussen geluidsgevoelige objecten, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten andere geluidnormen toe te staan. Wanneer met een akoestisch rapport aangetoond wordt dat een LAeq,T van 70 dB(A) en 85 dB(C) niet haalbaar is en de geluidbelasting op de gevels van omliggende woningen of andere geluidgevoelige objecten dus overschreden zal worden, mag het LAeq,T niet hoger zijn dan 85 dB(A) en 99 dB(C). Uit het akoestisch onderzoek moet blijken wat het maximaal benodigde LAeq,T is. Terreinen mede bestemd voor evenementen Ook zijn in het omgevingsplan locaties mede bestemd voor evenementen, bijvoorbeeld binnen een bestemming ‘groen’ of verkeer’. Op dergelijke locaties gelden in principe ook het algemene LAeq,T, dus niet hoger dan 70 dB(A) en 85 dB(C). Niet voor alle soorten evenementen zal dit echter voldoende zijn. Wanneer met een akoestisch rapport aangetoond wordt dat een LAeq,T van 70 dB(A) en 85 dB(C) niet haalbaar is en de geluidbelasting op de gevels van omliggende woningen of andere geluidgevoelige objecten dan dus overschreden zal worden, mag het LAeq,T niet hoger zijn dan 85 dB(A) en 99 dB(C). Uit het akoestisch onderzoek moet blijken wat het maximaal benodigde LAeq,T is. Kermisterreinen De attracties op een kermis, wat ook een evenement is, produceren geluid. In afwijking van de algemene geluidsvoorschriften moeten de attracties aan de volgende geluidsvoorschriften voldoen: Het LAeq,T op 1,5 meter meethoogte, ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen of aangegeven rekenpunten, mag niet hoger zijn dan 85 dB(A) en 99 dB(C). Het LAeq,T mag per attractie niet hoger zijn dan 88 dB(A), gemeten op een afstand van 2 meter rondom de attractie op 1,5 meter meethoogte. Horeca tijdens kermis Voor evenementen (deels) buiten de grenzen van de inrichtingen van horecagelegenheden op of direct aansluitend aan het kermisterrein (tijdens een kermis in betreffende kern) mag het LAeq,T tijdens de kermisdagen in de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag tot 0.45 uur en de overige dagen tot 23.45 uur niet meer bedragen dan 85 dB(A) en 99 dB(C) op 1,5 meter meethoogte, ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen of aangegeven rekenpunten. Carnavalsoptochten Deelnemende wagens en groepen aan een carnavalsoptocht of een andere vergelijkbare optocht produceren geluid. In afwijking van bovengenoemde geluidsnormen moeten de deelnemers aan een dergelijke optocht aan de volgende geluidsnormen voldoen: Het gemiddelde geluidsniveau ter hoogte van de loopgroep voor de wagen mag niet hoger zijn dan 100 dB(A), hierbij worden geluid producerende voorzieningen niet (haaks) op het publiek gericht. De geluid producerende voorzieningen op de wagen zijn naar voren, naar de loopgroep toe, gericht. De geluid producerende voorzieningen op het startwagentje zijn naar achteren, ook naar de loopgroep toe, gericht. Vanwege mogelijke overlast wordt geadviseerd de geluid producerende voorzieningen niet te hoog te hangen. 4.6.1.2 Evenementen in een inrichting Voor milieubelastende activiteiten die vallen onder de Omgevingswet of het Besluit kwaliteit leefomgeving gelden de in het omgevingsplan opgenomen geluidsnormen voor het ten gehore brengen van versterkte muziek. Op basis van artikel 4:3 van de APV kunnen 4 keer per jaar incidentele festiviteiten worden georganiseerd, waarbij andere geluidsnormen gelden voor het ten gehore brengen van versterkte muziek binnen de grenzen van de inrichting, mits een kennisgeving van de incidentele festiviteit is gedaan. In de APV zijn de afwijkende geluidsnormen opgenomen, met daarbij de maximale eindtijd. Hierbij mag zowel inpandig als op het buitenterrein van de inrichting versterkte muziek ten gehore worden gebracht. Bij collectieve festiviteiten op basis van artikel 4:2 van de APV gelden ook andere geluidsnormen voor het ten gehore brengen van versterkte muziek, dan opgenomen in de Omgevingswet, Besluit kwaliteit leefomgeving of het omgevingsplan. In de APV zijn ook hiervoor de afwijkende geluidsnormen en eindtijd opgenomen, die zowel voor inpandig als het buitenterrein gelden. Een evenement kan voor wat betreft de geluidproductie ook aangemerkt worden als incidentele of collectieve festiviteit, waardoor er dan een hogere geluidsnorm kan gaan gelden. Wanneer er bij het evenement geen sprake is van een incidentele of collectieve festiviteit moet aan de geluidsnormen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving, dan wel het omgevingsplan, worden voldaan. Maatwerkvoorschriften Als bij een inrichting het organiseren van evenementen (buiten gebouwen) tot de normale bedrijfsvoering hoort kan het zijn dat de geluidsvoorschriften uit het Besluit kwaliteit leefomgeving, dan wel het omgevingsplan, te laag zijn. In dat geval kunnen maatwerkvoorschriften voor die inrichting worden vastgesteld. Er kunnen maatwerkvoorschriften worden opgenomen voor de bedrijfsduurcorrectie, een ander langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximaal geluidsniveau LAmax (eventueel voor een bepaalde activiteit), plaats waar de geluidsnormen gelden en technische voorzieningen en gedragsregels om aan de geluidsvoorschriften te voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel