Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Kaders uitoefening bevoegdheden

Onderdeel van Mandaatbesluit Omgevingsdienst regio Utrecht 2024

1.. De directeur houdt zich bij de uitoefening van de aan hem opgedragen bevoegdheden aan de relevante wet- en regelgevingen en de door de raad, het college of de burgemeester van de gemeente vastgestelde kaders. 2.. De burgemeester of het college zorgt ervoor dat de directeur over alle benodigde informatie, noodzakelijk voor de uitvoering van het bepaalde in het eerste lid, kan beschikken. 3.. In geval van voorgenomen nieuw beleid of wijziging van beleid of lokale regelgeving met betrekking tot de in de bijlage vermelde bevoegdheden informeert het college of de burgemeester de directeur over uitvoeringsaspecten. 4.. Het college of de burgemeester treedt in overleg met de directeur indien het college of de burgemeester afwijkend van het advies van de Omgevingsdienst ofwel anders wenst te besluiten.

Rechtspraak bij dit artikel