Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3.

Doelgroepen, subsidiabele kosten en subsidieplafond

Onderdeel van Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Barneveld

1.. De subsidieregeling is opgesteld voor drie verschillende doelgroepen: Doelgroep 1: Extra ondersteuning. Voor een subsidie van maximaal € 4.000,- , komen in aanmerking Barneveldse eigenaar-bewoners die voldoen aan de volgende voorwaarden: hun grondgebonden woning is slecht geïsoleerd; en één van de eigenaar-bewoners van de betreffende woning komt in aanmerking voor een energietoeslag op grond van de Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2023 gemeente Barneveld; of één van de eigenaar-bewoners van de betreffende woning maakt gebruik van schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; of jegens één van de eigenaar-bewoners van de betreffende woning is een schuldsaneringsregeling uitgesproken als bedoeld in artikel 284, eerste lid, van de Faillissementswet; of één van de eigenaar-bewoners van de betreffende woning ontvangt bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35, eerste of vierde lid, van de Participatiewet. Doelgroep 2a: voor subsidie van maximaal € 1.500,- komen in aanmerking Barneveldse eigenaar-bewoners waarbij voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de grondgebonden woning is slecht geïsoleerd; en de betreffende woning had in 2022 een WOZ-waarde lager dan € 439.000. Doelgroep 2b: voor een gesubsidieerd isolatie adviesgesprek ter waarde van € 300,- komen in aanmerking Barneveldse eigenaar-bewoners waarbij voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de grondgebonden woning is slecht geïsoleerd; en de betreffende woning had in 2022 een WOZ-waarde hoger dan €439.000. 2.. Aan doelgroep 1 en doelgroep 2a kan subsidie worden verstrekt als tegemoetkoming voor het nemen van energiebesparende isolatiemaatregelen te weten: het isoleren van de vloer en de bodem (minimale rd waarde m2K/w van 3,5); het isoleren van de gevel van binnen of buiten (naar een minimale rd waarde m2K/w van 3,5), waaronder de spouwmuur; het isoleren van het dak, inclusief het isoleren van de zoldervloer en vlieringvloer (naar een minimale rd waarde m2K/w van 3,5); het isoleren van de ramen zoals beschreven in bijlage 1 door het vervangen van enkel, dubbelglas of HR glas door HR++ glas of triple glas; het aanbrengen van CO2-gestuurde ventilatie of balansventilatie met warmteterugwinning (WTW) Bij deze maatregelen worden de definities en waarden uit bijlage 1 gehanteerd die gebaseerd zijn op de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) bij woningeigenaren. De subsidiabele activiteiten dienen te voldoen aan de zoals in bijlage 1 omschreven minimale isolatiewaarden en oppervlaktes om in aanmerking te komen voor een subsidie-uitkering. Deze voorwaarden zijn in lijn met de LAI regeling zoals opgesteld door RVO. Eventuele wijzigingen op de LAI regeling door RVO hebben ook invloed op deze subsidieregeling. 3.. Uitsluitend kosten die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk en redelijk zijn voor de aangevraagde activiteiten komen in aanmerking voor subsidie. 4.. Niet subsidiabel zijn: kosten van isolatiemaatregelen aan huurwoningen; extra kosten voor uitbreiding of verplaatsing van de huisvesting; kosten van isolatiemaatregelen die uitgevoerd zijn voor 1 januari 2024; maatregelen die door de eigenaar-bewoner zelf zijn uitgevoerd; maatregelen die alleen worden uitgevoerd aan uitbreidingen van de woning, zoals een schuur, garage of bijgebouw; maatregelen die worden uitgevoerd aan appartementen die lid zijn van een VvE maatregelen die worden uitgevoerd om gebouwen (zoals utiliteitsgebouwen, kantoren, kerken) te transformeren naar huurwoningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel