Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.1

Gemeentelijke infrastructuur

Onderdeel van Gezamenlijke Beleidsnotitie Externe Veiligheid ODRU-gemeenten

Beleidsuitgangspunt: We behouden, en actualiseren wanneer nodig, de aangewezen gemeentelijke routes voor het veilig vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze routes krijgen daarbij veiligheidszones waarbinnen veiligheidsregels gelden. De gemeente kan ervoor kiezen (op basis van art. 24 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen) om vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen alleen over bepaalde gemeentelijke en/of provinciale wegen toe te staan, door deze aan te wijzen met een routeringsbesluit. Deze wegen moeten aansluiten op de aangewezen routes door buurgemeenten, aangewezen routes door de provincie en het landelijke Basisnet. Een vervoerder kan alleen afwijken van de aangewezen route via een ontheffing die de vervoerder moet aanvragen bij de gemeente. Bij het verlenen van een ontheffing om af te mogen wijken van deze route, wordt een alternatieve route aangewezen waarbij de gemeente de volgende voorwaarden kan hanteren: De alternatieve route is zo kort mogelijk; De alternatieve route loopt zo min mogelijk langs de bebouwde omgeving; De alternatieve route loopt zoveel mogelijk over de aangewezen routes; De alternatieve route moet geschikt zijn voor de transportmiddelen van de leverancier; Vervoer over de alternatieve route mag geen gevaarlijke verkeerssituaties opleveren. Momenteel hebben de meeste ODRU-gemeenten routes aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en deze vastgelegd op een routekaart3Zie https://www.odru.nl/informatie-en-advies/vervoer-route-gevaarlijke-stoffen/ voor alle routekaarten.. Wanneer een gemeente geen routebesluit neemt mag het vervoer van gevaarlijke stoffen over alle gemeentelijke wegen plaatsvinden. In artikel 19 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen is wel verplicht gesteld dat de bebouwde kommen van gemeenten worden vermeden, behalve wanneer dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Een gemeentelijke weg krijgt van rechtswege geen aandachtsgebieden, anders dan de Basisnetroutes van het Rijk. Een gemeente kan wel veiligheidszones, als alternatief voor aandachtsgebieden, hanteren en ervoor kiezen om binnen die zones nieuwe kwetsbare functies uit te sluiten of toe te staan, al dan niet onder voorwaarden (zie paragraaf 2.5). Beleidsneutraal Het hanteren van veiligheidszones voor brand (30 meter aan weerszijden) en explosie (200 meter aan weerszijden) is beleidsneutraal, aangezien dit onder het oude omgevingsrecht werd gedaan. Bij gemeentelijke en provinciale wegen waarover brandbare vloeistoffen en brandbare gassen warden vervoerd gingen we uit van invloedsgebieden (zie uitleg bijlage 4) die in de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) staan, namelijk 45 meter voor het brandscenario en 355 meter voor het explosiescenario. Binnen deze gebieden bestond een verantwoordingsplicht van het groepsrisico op basis van artikel 7 tot en met 9 van het voormalige Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Onder de Omgevingswet werken we niet meer met invloedsgebieden, maar met aandachtsgebieden (zie uitleg bijlage 5). Echter krijgen alleen de Basisnetroutes van het Rijk aandachtsgebieden en gemeentelijke/provinciale transportroutes niet. Als de gemeente beleidsneutraal beleid wil opstellen, dient zij onder de Omgevingswet veiligheidszones te hanteren voor de aangewezen routes met daarbinnen een vorm van verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. De actualisatie van de gemeentelijke routekaarten en de besluitvorming over het eventueel hanteren van veiligheidszones en veiligheidsregels is als implementatiepunt opgenomen onder hoofdstuk 3.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel