**1..** In het gesprek onderzoekt de medewerker:
de hulpvraag van de inwoner: welk probleem ervaart de inwoner, wat is de vraag die de inwoner heeft en wat wil de inwoner bereiken?
de persoonlijke situatie en voorkeuren van de inwoner: hoe zien die eruit, hoe kan daarmee rekening worden gehouden en wat betekent dit voor het gewenste effect?
de (on)mogelijkheden van de inwoner: (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem?
de omgeving van de inwoner: welke hulp of ondersteuning kan het sociale netwerk of kunnen andere organisaties bieden?
**2..** Als de inwoner zelf een plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker van de gemeente dit bij het gesprek.
**3..** De medewerker informeert de inwoner, als hier aanleiding toe bestaat, over:
de mogelijkheden van de gemeente om de persoonlijke situatie van de inwoner te verbeteren. De inwoner krijgt informatie over de vorm waarin hulp of ondersteuning door de gemeente geboden kan worden en of er sprake kan zijn van een bijdrage door de inwoner in de kosten.
de mogelijkheid dat de gemeente gebruik maakt van de deskundigheid van een onafhankelijk (medisch) deskundige.
de wijze waarop het sociale en het professionele netwerk van de inwoner betrokken wordt bij het in beeld krijgen van de persoonlijke situatie van de inwoner en de (on)mogelijkheden om tot een oplossing te komen.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.3
Inhoud gesprek
Onderdeel van Verordening Participatiewet (PW) en IOAW-IOAZ, Wgs Waalre 2024