**1..** Wanneer een inburgeringsplichtige inwoner een bijstandsuitkering (Participatiewet) ontvangt en zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken die voortvloeien uit het inburgeringstraject vindt bij voorkeur verlaging van de uitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en de verordening zoals bedoeld in artikel 8 eerste lid onder a Participatiewet. De gemeente legt voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de wet op.
**2..** Bij de keuze tussen handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de uitkering en handhaving op grond van de Wet Inburgering via een boete, weegt de gemeente ook af welke wijze van handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor de inburgeringsplichtige inwoner, naar haar oordeel het best bijdraagt aan het beoogde effect, te weten het succesvol voltooien van het inburgeringstraject.
**3..** In de brief (beschikking) aan de inburgeringsplichtige inwoner vermeldt de gemeente of er een boete op grond van de wet wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet.
**4..** Wanneer de inburgeringsplichtige inwoner een boete op grond van de wet wordt opgelegd in de periode dat de gemeente aan de inburgeringsplichtige inwoner een uitkering verstrekt, dan kan de gemeente de boete met de uitkering verrekenen.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3
Artikel 6.3.2
Handhaving inburgeringstraject
Onderdeel van Verordening Participatiewet (PW) en IOAW-IOAZ, Wgs Waalre 2024