Het vaststellen van een consistent en onderbouwd coffeeshopbeleid is van belang voor de effectiviteit van de handhaving. De rechter laat het bestuur doorgaans de ruimte om van zijn handhavingsinstrumenten gebruik te maken, maar vraagt wel naar het onderliggende beleid.
Het drugsbeleid van de regering ten aanzien van softdrugs is gericht op ontmoediging, schadebeperking en beheersbaarheid. Dit beleid bestaat uit een evenwichtige benadering van het softdrugsprobleem, vanuit de vraag- en aanbodkant, de gezondheidszorg en de invalshoek van de openbare orde. Het aantal coffeeshops is de afgelopen jaren, met name in de grotere steden in ons land enorm toegenomen. Dit is (mede) een gevolg van het strafrechtelijk gedoogbeleid van het OM ten aanzien van softdrugs. Vanwege de negatieve uitstralingseffecten die de vestiging van coffeeshops met zich meebrachten zijn de grotere steden het aantal coffeeshops aan het verminderen.
Eén van de effecten van dit handelen is dat in toenemende mate kleine(re) gemeenten buiten het stedelijk gebied met (aanvragen tot) vestigingen van coffeeshops worden geconfronteerd. Ook is een toename van de vraag naar softdrugs te constateren: het aantal softdrugsgebruikers groeit.
Indien gemeenten de vestiging van coffeeshops effectief willen reguleren dan dient hiertoe beleid vastgesteld te zijn door het regionale driehoeksoverleg. Dit beleid is tevens nodig om effectief te kunnen handhaven (zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk). Met dit beleid geeft de burgemeester van Valkenswaard de richtlijnen aan op basis waarvan hij aanvragen behandelt.
Hoofdstuk 1:
Artikel 1.3
Coffeeshopbeleid
Onderdeel van Beleidsregel ‘nulbeleid’ coffeeshops Valkenswaard 2024