Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Voorbereiding hoorzitting

Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften Breda 2024

1.. De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. De voorzitter kan deze bevoegdheid mandateren aan de secretaris. 2.. Het bestuursorgaan verstrekt alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de commissie, met inachtneming van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), binnen een door de voorzitter te stellen termijn. De voorzitter kan deze bevoegdheid mandateren aan de secretaris. 3.. De voorzitter nodigt de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit. De voorzitter kan deze bevoegdheid mandateren aan de secretaris. 4.. Binnen drie werkdagen na de uitnodiging kunnen de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden of het bestuursorgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen. 5.. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt binnen drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld. 6.. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, genoemd in het derde tot en met vijfde lid. 7.. De voorzitter kan in verband met de voorbereiding van haar werkzaamheden rechtstreeks alle gewenste inlichtingen inwinnen of doen inwinnen. 8.. De voorzitter kan bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen op de hoorzitting te verschijnen. Als daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf toestemming van burgemeester en wethouders vereist.

Rechtspraak bij dit artikel