Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 2

Artikel 14b

Inspreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de rondetafelgesprekken van de gemeente Heeze-Leende 2024

1.. In plaats van het deelnemen aan de vergadering kunnen burgers of vertegenwoordigers van instellingen en organisaties uit de gemeente Heeze-Leende ook gebruik maken van het recht om in te spreken op niet-geagendeerde onderwerpen. Zij kunnen aan het begin van de vergadering het woord voeren in de vergadering van het rondetafelgesprek. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Als het een onderwerp betreft dat niet binnen de taken en bevoegdheden van de gemeente valt; Als hierover niet vooraf al het gesprek is gevoerd met de verantwoordelijk portefeuillehouder; 3.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk de woensdag 12 uur, voorafgaand aan de vergadering van het rondetafelgesprek aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. De griffier toetst vervolgens namens de gemeenteraad in hoeverre wordt voldaan aan de artikel 14b, lid 2 gestelde voorwaarden; 4.. Per rondetafelgesprek wordt maximaal voor 2 niet-geagendeerde onderwerpen ruimte gemaakt in de conceptagenda. Een volgende aanmelding wordt doorgeschoven naar een volgende rondetafelgesprek. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. Het inspreken op niet-agendeerde onderwerpen vindt na de opening en de vaststelling van de conceptagenda als eerste plaats; 5.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de leden van de adviescommissie toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 7.. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. 8.. Enkel voor dit specifieke artikel geldt nadrukkelijk dat 1 jaar na inwerkingtreding een evaluatie zal plaatsvinden via het presidium in hoeverre de bepalingen van artikel 14b al dan niet aanpassing behoeven op basis van de ervaren praktijk;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel