Voor het verlenen van subsidie op grond van deze regeling gelden de regelingen en criteria zoals vastgelegd in de Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (Wet OKE), de Wet kinderopvang, de Wet op primair onderwijs en de Wet op het onderwijstoezicht.
Voorts gelden de volgende specifieke criteria:
Ten aanzien van de activiteit vroegschoolse educatie:
aanvragers kunnen aanspraak maken op financiering van de activiteit vroegschoolse educatie, indien zij:
onderdeel uitmaken van een (brede) school waarin tevens een aanbieder van voorschoolse educatie is gehuisvest;
er kinderen met een VVE-indicatie in de groepen 1 en 2 aanwezig zijn;
er sprake is van cofinanciering;
er wordt deelgenomen aan de resultatenmonitor VVE van Innovatienul13.
Als scholen voldoen aan bovenstaande criteria gelden de volgende jaarlijkse subsidiebedragen:
€ 10.000,- voor scholen tot en met 10 VVE kleuters.
€ 20.000,- voor scholen met meer dan 10 VVE kleuters.
Ten aanzien van de activiteit leesbevordering:
aanvragers kunnen aanspraak maken op financiering van leesbevordering indien zij hun expertise inzetten voor:
het verbeteren van het leesplezier bij kinderen;
de kwaliteit van het leesmateriaal kan worden gewaarborgd en
er gerichte ondersteuning plaatsvindt voor zowel de professionals in de kinderopvang en/of het onderwijs, als ook voor de ouders/verzorgers.
Ten aanzien van de activiteit peuteropvang in het AZC:
de aanvrager houdt op de opvanglocatie een voorziening in stand voor peuteropvang, daarbij de kwaliteitseisen in acht nemend volgens het door de gemeente opgestelde “programma van eisen peuteropvang AZC Oisterwijk”.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 10.
Wat zijn de specifieke criteria voor subsidieverlening?
Onderdeel van Regeling Subsidie Onderwijsstimulering gemeente Oisterwijk 2025