Naar hoofdinhoud
1. . Een openbare ruimte krijgt een naam die nog niet voorkomt in dezelfde woonplaats binnen de gemeente. 2. . De naam is maatschappelijk aanvaardbaar en, als de naam daar aanleiding toe geeft, historisch verantwoord. 3. . Bij het vernoemen van personen geldt dat: de persoon overleden is; zijn of haar rol al geruime tijd uitgespeeld is; vaststaat, dat de persoon onomstreden is; 4. . Alle straatnaamborden in de gemeente worden bij plaatsing of vervanging voorzien van een verklarende ondertitel, indien dit een toegevoegde waarde heeft. Voor een verklarende tekst gelden de volgende uitgangspunten: Algemeen: maximaal drie regels verklarende tekst; de taal waarin de naam wordt vastgesteld is leidend voor de taal van de verklarende tekst; zowel de naam als de verklarende tekst beginnen met een hoofdletter; geen punt aan het einde van de tekst; Personen: de naam van de persoon wordt niet in de verklarende tekst genoemd als deze al volledig voorkomt in de straatnaam; eerst wordt een samenvatting gegeven van de persoon, daarna wordt het geboorte- en sterfjaar vermeld; jaartallen van geboorte- en sterfjaar worden vermeld tussen haakjes; geboorte- en sterfplaats worden in principe niet genoemd, tenzij dit van toegevoegde waarde is; Voorwerpen: Verwijzingen als ‘naar de‘ of ‘benaming voor’ worden zoveel mogelijk vermeden. 5. . Het college kan voor naamgeving het advies van een heemkundevereniging of een adviescommissie inwinnen. Hetzelfde geldt voor het vaststellen van een thema voor naamgeving in geval van de realisatie van een nieuwe buurt of wijk (of delen daarvan).

Rechtspraak bij dit artikel