**1..** Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op met de daarbij behorende toelichting. Daarnaast stelt het Dagelijks Bestuur een ontwerp-meerjarenbegroting op voor de aansluitende periode van drie jaar.
**2..** Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting ten minste 12 weken voordat deze wordt vastgesteld toe aan de raden.
**3..** De ontwerpbegroting wordt door de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen een redelijke vergoeding van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
**4..** De raden kunnen bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
**5..** Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
**6..** Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient.
**7..** Na vaststelling van de begroting zendt het Dagelijks Bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
**8..** Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten, vergezeld van de zienswijzen, als bedoeld in het vierde lid, en het schriftelijk gemotiveerd oordeel van het Dagelijks bestuur, als bedoeld in het vijfde lid.
**9..** Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen. Van het bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid kan worden afgeweken voor de ramingen van baten en/of lasten bij begrotingswijzigingen binnen het programma die de gemeentelijke bijdrage niet beïnvloeden.
**10..** Het tweede tot en met zevende lid zijn ook van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met dien verstande dat in dit geval inzending aan gedeputeerde staten binnen twee weken na vaststelling door het Algemeen Bestuur plaatsvindt.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 2.
Artikel 29:
Zienswijzeprocedure en vaststelling begroting
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling IPP Haaglanden