De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de deelnemende gemeenten kunnen ter behartiging van de taken als bedoeld in artikel 3 besluiten bevoegdheden over te dragen aan respectievelijk het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter van het samenwerkingsverband.
Het samenwerkingsverband oefent de overgedragen bevoegdheden eerst uit voor zover het Algemeen Bestuur daarmee instemt.
Een besluit als bedoeld in het eerste lid regelt zo nodig de bijdrage in de kosten in verband met de uitoefening van de betreffende bevoegdheden.
Een vertegenwoordiger van een deelnemende gemeente, waarvan het bestuur de bepaalde bevoegdheid niet heeft overgedragen, onthoudt zich in de vergadering van het Algemeen Bestuur van medestemmen over aangelegenheden, die betrekking hebben op de uitoefening van bedoelde bevoegdheid.
De wettelijke voorschriften met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden, de uitoefening van deze bevoegdheden en het toezicht daarop, zijn van overeenkomstige toepassing.
Een besluit, als bedoeld in het eerste lid, wordt de aan het samenwerkingsverband deelnemende gemeenten meegedeeld en wordt bekend gemaakt door ter inzagelegging ter secretarie van de gemeente, die het aangaat, alsmede opgenomen in de registers als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De voorzitter van het samenwerkingsverband maakt de ter inzagelegging tevoren bekend in één of meerdere dag- of nieuwsbladen, die in het gebied verspreid worden.