Nadere regels bij artikel 3.5 van de verordening
3.8.1 Onderzoek naar draagkracht/eigen kracht
Het onderzoek van het college naar de draagkracht van de jeugdige en/of ouder(s) is onderdeel van het onderzoek zoals bedoeld in artikel 2.3 van de verordening.
Het onderzoek van het college naar de draagkracht van de jeugdige en/of ouders richt zich enerzijds op wat er redelijkerwijs van de jeugdige en/of de ouder(s) verwacht mag worden en anderzijds op de vraag of de jeugdige en/of de ouder(s) hiertoe in staat zijn.
In het onderzoek naar draagkracht worden verschillende factoren die van invloed zijn op de draaglast afgewogen. Hierbij maakt het college een onderscheid tussen normale zorgen, spanning, veel stress, tijdelijke crisis of noodsituatie. Het betreft de volgende factoren met betrekking tot de jeugdige:
lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige;
verstandelijke ontwikkeling van de jeugdige;
emotionele ontwikkeling van de jeugdige;
sociale ontwikkeling van de jeugdige;
onderwijs/scholing;
gezinsomstandigheden.
In het onderzoek naar de draagkracht van ouder(s) worden de volgende factoren betrokken:
lichamelijke conditie ouder(s);
geestelijke conditie ouder(s);
wijze van omgaan met problemen (coping);
motivatie voor zorgtaak;
beschikbaarheid van een sociaal netwerk;
onderlinge steun ouders.
Er is sprake van voldoende draagkracht als door het zelf verlenen van ondersteuning door de ouder(s), geen onoverkomelijke problemen ontstaan op een van de gebieden als bedoeld in artikel 3.3 lid 5 en 3.5 lid 2 van de Verordening.
Bij een (gedeeltelijke) afwijzing van een aanvraag tot het toekennen van Jeugdhulp in verband met voldoende mogelijkheden binnen de draagkracht, motiveert het college waarom de gevraagde ondersteuning voor de betreffende jeugdige niet wordt verstrekt, maar op draagkracht geboden kan worden en waarom zich geen andere omstandigheid uit deze nadere regels voordoet op basis waarvan het college een voorziening verstrekt.
3.8.2 Weging draagkracht/eigen kracht
Bij de weging zoals volgt uit artikel 3.5 van de verordening worden tevens de volgende factoren meegenomen:
Bij de vraag of een ouder beschikbaar is om de noodzakelijk hulp te verlenen, wordt in de beoordeling betrokken of in het geval belemmeringen in de beschikbaarheid van de (ouder(s), een kortdurende voorziening kan worden geboden om de gelegenheid aan de ouder(s) te bieden de beschikbaarheid te vergroten;
Bij de vraag of het bieden van ondersteuning geen overbelasting van de ouder oplevert, wordt het volgende betrokken in de beoordeling:
Indien er sprake dreigt te zijn van overbelasting, kan een individuele voorziening worden ingezet voor dat deel van de hulp dat niet geboden kan worden op basis van draagkracht;
De inzet van Jeugdhulp bij (dreigende) overbelasting is altijd tijdelijk. Van ouder(s) kan worden verwacht dat zij een plan van aanpak opstellen om de (dreigende) overbelasting aan te pakken en dat zij in de tijd dat Jeugdhulp wordt gegeven werken aan dit plan.
Er moet een aannemelijk verband zijn tussen de overbelasting en de ondersteuning die iemand aan de jeugdige biedt. Bij overbelasting door aantoonbare externe factoren, zal door de ouder(s) ook bij deze factoren naar een oplossing gezocht moeten worden.
Wanneer de geldigheidsduur van de indicatie voor Jeugdhulp is verlopen en een nieuwe aanvraag wordt gedaan, wordt de inspanningen die zijn gedaan om de overbelasting terug te dringen, meegenomen.
Deel 3 › Paragraaf 3.
Artikel 3.8
Aanvullende criteria voorziening jeugd – Draagkracht, draaglast en eigen kracht
Onderdeel van Financieel besluit en Nadere regels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden 2024