Beleidsregel (18)
Het begrip ‘gebruikelijke hulp’
Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse zorg bij taken die bij een gezamenlijk huishouden en/of de opvoeding, verzorging en het houden van toezicht op een jeugdige horen. Dit geldt ook als een jeugdige een ziekte, beperking of aandoening heeft en hierdoor belemmeringen ervaart.
In het kader van gebruikelijke hulp wordt van een echtgeno(o)ten, partners, ouders en/of inwonende kinderen (>18 jaar) verwacht dat zij de hierboven genoemde ondersteuning aan elkaar bieden, omdat ze als leefeenheid gemeenschappelijk een woning bewonen en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben.
Het principe van gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, studie of werk. Zo zijn de wijze van inkomensverwerving, drukke werkzaamheden, lange werkweken of persoonlijke opvattingen over het bieden van de benodigde ondersteuning (bv. het niet gewend zijn of geen ondersteuning willen verrichten) bijvoorbeeld geen redenen dat een huisgenoot geen gebruikelijke hulp kan verlenen.
Beleidsregel (19)
Voorbeelden van het begrip ‘Gebruikelijke hulp’
In artikel 3.3 lid 2 van de Verordening worden een niet limitatieve opsomming gegeven van handelingen en/of taken die als gebruikelijke hulp worden gezien. Hieronder worden de voor Jeugd relevante handelingen en/of taken toegelicht met een niet limitatieve opsomming van voorbeelden.
Het meegaan naar privé afspraken en/of medische afspraken.
Hierbij kan worden gedacht aan het bezoeken van familie/vrienden en/of het bezoeken van een huisarts, (medisch) specialist of de fysiotherapeut;
Het geven van aansporing bij het verrichten van algemene dagelijkse handelingen die de persoon zelfstandig kan uitvoeren
Hierbij kan worden gedacht aan het aan tafel gaan, eten, opruimen, bij zelfzorg, persoonlijk functioneren, gezondheid en welzijn. Het gaat niet om het overnemen van deze taken, maar zorgen dat de taken gebeuren (“handen op de rug”).
Het geven van begeleiding op het terrein van maatschappelijke participatie, waaronder ook valt het bieden van begeleiding in de persoonlijke levenssfeer.
Hierbij kan worden gedacht aan het het maken van een wandeling, bezoek aan een winkel, bezoek aan een restaurant en het brengen en halen van kinderen naar school en het bezoeken van sport.
Het leren omgaan van derden met de inwoner.
Het college verstaat onder het begrip ‘derden’ bijvoorbeeld familie, vrienden of een leerkracht;
In de Verordening wordt aangegeven dat ondersteuning bij gedrag dat past binnen de ontwikkelingsleeftijd van het kind, altijd valt onder gebruikelijke hulp. Het college gebruikt verschillende hulpbronnen waarin de ontwikkeling van kinderen per leeftijdsfase beschreven wordt. Voorbeelden zijn de CiZ indicatiewijzer versie 7.1, informatie van het NJi en de classificatie jeugdproblemen (CAP-J) bij ontwikkelingsproblemen.
Beleidsregel (20)
Gebruikelijke hulp en boven gebruikelijke hulp
In de Verordening is opgenomen dat bij de beoordeling of bij een bepaalde handeling of toezicht sprake is van gebruikelijke hulp of bovengebruikelijke hulp, het college in haar onderzoek enkele criteria en/of omstandigheden meeneemt. Het college vult deze criteria en/of omstandigheden als volgt in:
Leeftijd van de jeugdige: Bij de beoordeling van gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met verschillen die tussen jeugdigen in dezelfde leeftijdscategorie bestaan. Ook bij gezonde jeugdigen van dezelfde leeftijd kan de ene jeugdige meer zorg nodig hebben dan de ander. Het ene kind is nu eenmaal ‘gemakkelijker’ of sneller zelfstandig dan het andere kind. Daarnaast hebben jonge kinderen (gezond of met een aandoening) meer hulp nodig van hun ouder(s) dan oudere kinderen.
Voorbeeld: veel kinderen van 4 jaar zijn overdag zindelijk en kunnen zelf naar het toilet. Echter heeft een kind van deze leeftijd hier vaak nog stimulans, toezicht of hulp bij nodig. Deze stimulans en hulp mag van ouder(s) verwacht worden en ziet het college als gebruikelijke hulp.
Aard van de zorghandeling: Voor zorghandelingen die de jeugdige zelfstandig kan uitvoeren, hoeft geen hulp of ondersteuning te worden toegekend. Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen. Het gaat om handelingen, die niet gebruikelijke hulp-handelingen vervangen of om handelingen, die in samenhang met reguliere zorgmomenten kunnen worden geboden, zoals het geven van medicijnen.
Voorbeeld
Het oefenen met het gebruik van pictogrammen bij een jeugdige met een verstandelijke beperking is een handeling die oefenen met lezen of topografie kan vervangen. De handeling in het voorbeeld is niet gebruikelijk, maar de aard is gelijkwaardig. Het betreft beide het oefenen van vaardigheden en is in dit geval gebruikelijke hulp;
Het legen van een katheterzakje is een handeling die het verschonen kan vervangen. Als dat het geval is, is sprake van gebruikelijke hulp.
Frequentie en patroon van zorghandeling: zorghandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind, zoals drie keer per dag eten, vallen naar het oordeel van het college onder gebruikelijke hulp. Enkele ander voorbeelden van zorghandelingen die meeloopt in het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind en door het college als gebruikelijke hulp wordt gezien zijn:
Als een kind bij het ontbijt en avondeten medicatie aangereikt krijgt van ouders;
Het aanreiken van spullen of speelgoed bij kinderen met een lichamelijke beperking na afloop van de maaltijd of een drinkmoment;
Als een ouder meerdere malen in de nacht zorg en ondersteuning bieden aan zijn kind, lopen deze zorghandelingen niet mee in het normale patroon van dagelijkse zorg. Dit kan door het college worden gezien als boven gebruikelijke hulp.
Tijdomvang van uitvoering zorghandeling: De omvang van de tijd die met de zorghandelingen is gemoeid, kan meebrengen dat niet langer van
Bijvoorbeeld: Alle kinderen hebben tot een bepaalde leeftijd hulp nodig bij wassen en aankleden. Als deze handelingen veer meer tijd kosten, bijvoorbeeld om de jeugdige spastisch is, wordt deze extra tijd niet als gebruikelijk gezien.
Planbaarheid van de hulp: Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met die zorgsituaties waarbij ouders voortdurende in de nabijheid moeten zijn om ongeplande zorg en toezicht te leveren vanwege de (chronische) aandoening, stoornissen en beperking van de jeugdige.
Kortdurende of langdurige hulp- of ondersteuningsbehoefte: het college maakt bij het begrip gebruikelijke hulp onderscheid tussen een kortdurende en langdurige hulp- of ondersteuningsbehoefte van de jeugdige. Onder de begrippen ‘kortdurende’ of ‘langdurige’ hulp- of ondersteuningsbehoefte verstaat het college het volgende:
Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over het algemeen over een periode van maximaal 3 maanden.
Langdurig: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de zorg langer dan 3 maanden nodig zal zijn.
Beleidsregel (21)
Aanvullende criteria – gebruikelijke hulp en boven gebruikelijke hulp
Aanvulling op de criteria de genoemd staat in artikel 3.3 van de Verordening houdt het college bij het beoordelen of een huisgenoot van een jeugdige gebruikelijke hulp kan leveren, rekening met de volgende omstandigheden:
de aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige;
de aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de jeugdige;
de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen;
de leerbaarheid van de jeugdige en/of de personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.3
Aanvullende criteria voorziening (Jeugd) - gebruikelijke- en boven gebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels – Jeugdhulp gemeente Vijfheerenlanden