Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 4.1

Criteria leveringsvorm voorziening als Pgb

Onderdeel van Beleidsregels – Jeugdhulp gemeente Vijfheerenlanden

Beleidsregel (24) Pgb en een vervoersvoorziening Voor het vaststellen of een voorziening voor vervoer conform artikel 2.3 lid 2 van de Jeugdwet in samenhang met een pgb van toepassing is, hanteert het college de nadere regels en beleidsregels die zij heeft vastgesteld met betrekking tot artikel 3.1 lid 2 van de Verordening. Beleidsregel (25) Gemotiveerde keuze Pgb Als een inwoner gemotiveerd voor de leveringsvorm van een pgb kiest, wordt door het college aan de jeugdige en/of ouder(s) uitgelegd hoe de procedure voor een pgb werkt. De jeugdige en/of ouder(s) moet vooraf goed weten wat het pgb inhoudt en welke verantwoordelijkheden de jeugdige, ouder(s) en/of pgb-beheerder daarbij heeft. Beleidsregel (26) Definitie vertegenwoordiger Onder het begrip vertegenwoordiger verstaat het college een persoon uit het sociaal netwerk van de inwoner, een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp. Beleidsregel (27) Begrippen ‘Veilig, doeltreffend, doelmatig en gericht op de inwoner’ Het college verstaat onder de begrippen ‘veilig’, ‘doeltreffend’, ‘doelmatig’ en ‘gericht op de inwoner’ het navolgende: ‘Veilig’: met het begrip ‘veilig’ bedoelt het college dat de jeugdige en/of ouder(s) de voorziening met weinig risico’s kan ontvangen. Het gaat om risico’s ten aanzien van zijn fysieke, sociale of psychische gesteldheid. Eén aspect waarnaar gekeken wordt bij het beoordelen of de ondersteuning veilig is, is de aard van de relatie tussen de hulpverlener en de jeugdige en/of ouder(s). Het college beoordeelt of en hoe de hulpverlener de jeugdige met respect behandelt, dat deze oog heeft voor de rechten en plichten van de jeugdige en ouder(s) en in lijn met bepaalde gedrag- en/of meldcodes handelt. ‘Doeltreffend’: bij het begrip ‘doeltreffend’ toetst het college of de ondersteuning passend en toereikend is gelet op de problematiek en ontwikkelingsdoelen van de jeugdige. Of de kwaliteit van de ondersteuning toereikend is, is niet alleen afhankelijk van de bekwaamheid van de hulpverlener (opleiding, werkervaring en/of referenties) en zijn wijze van hulpverlening, maar ook van de situatie en (achtergrond van) de problematiek van de jeugdige. De ondersteuning die een hulpverlener biedt, kan immers de ene jeugdige wel in staat stellen de doelen te realiseren, terwijl dit voor de andere jeugdige (gelet op zijn problematiek) onvoldoende oplossing biedt. Het stukje maatwerk dat een hulpverlener vooraf/tussentijds aantoonbaar kan leveren, met een begeleidingsplan/evaluatieverslag, bepaalt in grote mate of de ondersteuning passend en toereikend (doeltreffend) is voor de jeugdige. De aard van de relatie tussen de hulpverlener en de jeugdige en/of ouder(s) is niet alleen relevant voor de veiligheid, maar ook voor de doeltreffendheid van de in te kopen ondersteuning. De keuze voor bijvoorbeeld de inzet van een bekende (sociaal netwerk) of een professional is afhankelijk van de ontwikkeldoelen die moet worden behaald ‘Doelmatig/efficiënt’: de te verlenen ondersteuning is ‘doelmatig’ of ‘efficiënt’ als weinig middelen nodig zijn voor het behalen van het resultaat. De ondersteuning moet daarvoor zo veel mogelijk waarde toevoegen aan de jeugdige. Het gaat om het leveren van goede ondersteuning op het juiste moment aan de jeugdige en/of ouder(s), rekening houdend met de toekomstbestendigheid van de ondersteuning; het behouden, verbeteren en in balans houden van kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid van de ondersteuning. Door vermindering van regels en bureaucratie wordt integrale hulp bij meervoudige problematiek beter mogelijk. ‘Gericht op inwoner’: Met de term ‘gericht op de inwoner’ wordt bedoeld dat de voorziening aansluit op datgene wat de jeugdige en/of ouder(s) nodig heeft. Om dit te kunnen bepalen moet duidelijk zijn dat de beoogde hulpverlener zich bij het bieden van de ondersteuning op de wensen, voorkeuren en behoeften van de jeugdige en/of ouder(s) baseert. En dat de beoogde hulpverlener over voldoende deskundigheid en de juiste competenties beschikt om de voor de specifieke jeugdige en/of ouder(s) benodigde ondersteuning te bieden. Denk hierbij aan een verslag van een onderzoek, maar bijvoorbeeld ook aan specifieke kenmerken (zoals bijvoorbeeld de godsdienstige gezindheid) of de specialisatie/deskundigheid van de persoon of organisatie die de ondersteuning verstrekt Beleidsregel (28) Omvang Pgb vaststellen en zorgovereenkomst SVB Het college stelt de omvang van het pgb vast op basis van de door de jeugdige en/of ouder(s) ingediende aanvraag en het pgb-plan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel