Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 4.3

Hoogte en tarieven pgb

Onderdeel van Beleidsregels – Jeugdhulp gemeente Vijfheerenlanden

Beleidsregel (30) Hoogte en tarieven Pgb Op grond van artikel 2.9, sub c. van de Jeugdwet zijn bij Verordening de essentialia vastgesteld voor het bepalen van de hoogte van een voorziening in de vorm van een Pgb. Een op basis van deze berekeningswijze vastgesteld Pgb-budget moet de inwoner in staat stellen de benodigde ondersteuning van derden te betrekken. Met dien verstande dat als de jeugdige of ouder(s) kiest voor een hulpverlener die een hoger tarief hanteert dan het tarief waarop het Pgb is gebaseerd, de meerkosten volledig voor rekening van de jeugdige en/of ouder(s) komen. Met andere worden het college kan een Pgb gedeeltelijk weigeren wanneer de kosten van het pgb hoger zijn dan de beschikbare voorziening in natura en deze voorziening in natura ook passend is voor de inwoner. Als in een individueel geval aantoonbaar is dat berekeningswijze zoals opgenomen in de Verordening leidt tot een Pgb-hoogte waarmee jeugdige en/of ouder(s) niet in staat is/zijn de benodigde ondersteuning van derden te betrekken, en er is geen passende voorziening voor ondersteuning in natura mogelijk, dan kan het college van de in de Verordening beschreven berekeningswijze afwijken. Het college heeft het recht om het Pgb-tarief te beperken tot het tarief van de ondersteuning in natura. Als de benodigde ondersteuning niet beschikbaar is via ondersteuning in natura, dan verstrekt het college het gehele Pgb. Het college onderbouwt in deze situatie (cijfermatig) hoe in de betreffende situatie de hoogte van het Pgb is bepaald en dat het Pgb-budget toereikend is om de benodigde ondersteuning van derden te kunnen betrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel