**1..** De gemeente biedt de inwoner ondersteuning die nodig en zinvol is om werk te vinden of te behouden of om een betere positie op de arbeidsmarkt te krijgen. De gemeente geeft de ondersteuning vorm in overleg met de inwoner en kan daarvoor voorzieningen inzetten.
**2..** Bij het bepalen van de voorziening die wordt ingezet, houdt de gemeente in ieder geval rekening met het volgende:
de persoonlijke situatie van de inwoner, waaronder de afstand tot de arbeidsmarkt;
hoe de inwoner werk denkt te vinden of te behouden;
welke voorzieningen beschikbaar en effectief zijn;
hoe de voorzieningen evenwichtig worden verdeeld over de doelgroep;
dat de voorziening niet leidt tot verdringing op de arbeidsmarkt;
dat de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed; en met
wettelijke verplichtingen.
**3..** Een voorziening wordt zo goed mogelijk afgestemd op de situatie van de inwoner, zoals fysieke beperkingen, mantelzorg en de behoefte aan kinderopvang.
**4..** Een voorziening moet effectief zijn. De gemeente kan daarom besluiten een bepaalde voorziening niet (langer) aan te bieden, als:
de inwoner geen gebruik (meer) maakt van die voorziening;
de inwoner of werkgever onvoldoende meewerkt om te kunnen beoordelen of de voorziening nodig of zinvol is;
de inwoner een beroep kan doen op geschikte ondersteuning via een andere organisatie of regeling of via de werkgever;
de voorziening niet geschikt is voor de inwoner;
de voorziening niet nodig is om de positie op de arbeidsmarkt te verbeteren of om werk te vinden of te behouden.
**5..** De gemeente kan het verstrekken van voorzieningen begrenzen, tenzij de wet dit niet toestaat. Het begrenzen kan door:
het instellen van een subsidie- of budgetplafond per soort voorziening,
een maximaal aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening, of
een maximumbedrag vast te stellen dat per persoon wordt verstrekt.
**6..** De gemeente kan besluiten een bepaalde voorziening niet (langer) aan te bieden, als een vastgestelde grens (lid 5) wordt overschreden, of als de kosten van een bepaalde voorziening voor de gemeente niet (langer) in verhouding staan tot het verwachte effect van die voorziening voor de inwoner.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.
Algemene bepalingen
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Veendam 2024