Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.7

Aanvullende criteria Wmo

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden

1.. Het college kent géén Wmo voorziening toe als: de inwoner het feitelijk hoofdverblijf niet in de gemeente heeft; de inwoner geen extra kosten hoeft te maken als gevolg van de beperking, omdat de kosten al gemaakt werden voor de ondersteuningsvraag; de beperkingen en belemmeringen die de inwoner ervaart in zijn participatie en zelfredzaamheid van tijdelijke aard zijn. 2.. Het college kent géén voorziening Wmo ‘Wonen’ toe als: de voorziening wordt gevraagd voor verblijf in een hotel, pension, trekkerswoonwagen, (niet adequaat) gehuurde kamer, tweede woning, vakantie- en recreatiewoning, of andere niet voor permanente bewoning bedoelde gebouwen; de voorziening wordt aangevraagd voor een gemeenschappelijke ruimte en de gevraagde voorziening het uitrustingsniveau van de sociale woningbouw overstijgt; er sprake is van achterstallig onderhoud en/of van een algemeen gebruikelijke renovatie of van een voorziening die zonder veel meerkosten gerealiseerd kan worden; de voorziening nodig is vanwege een verhuizing zonder dat hiervoor aanleiding bestaat vanwege de beperkingen en/of belemmeringen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen andere belangrijke reden voor de verhuizing is; de inwoner niet is verhuisd naar de voor de beperkingen en/of belemmeringen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; de inwoner op een perceel woont waar een beschikbare (pré) mantelzorgwoning is gerealiseerd; de voorziening niet grotendeels op de inwoner zelf is gericht. 3.. Bij het beoordelen van een aanvraag voor een voorziening Wmo ‘Wonen’ kan het college het primaat van verhuizen toepassen. Dat wil zeggen dat het college stelt dat verhuizen nodig en mogelijk is, in plaats van een voorziening. 4.. Bij het toekennen van een voorziening Wmo ‘Huishouden’, gebruikt het college het HHM-normenkader als leidraad. 5.. Bij het toekennen van een voorziening Wmo ‘begeleiding’ hanteert het college het afwegingskader en productmodel individuele begeleiding. 6.. Een voorziening Wmo ‘Collectief Vervoer’ of een vervoersvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt toegekend voor verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving van de inwoner tot een maximum van 1.500 kilometer op jaarbasis. 7.. Het college kan nadere regels stellen over de in dit artikel opgenomen aanvullende criteria voor een voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel