Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.9

Maatschappelijke opvang

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden

1.. De toegang tot maatschappelijke opvang en besluitvorming hierover is belegd bij centrumgemeente Utrecht. Via maatschappelijke opvang kan de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten, worden opgevangen als deze zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving. 2.. Er bestaat geen recht op een voorziening voor maatschappelijke opvang als: de inwoner ondersteuning nodig heeft bij het uitvoeren van alledaagse levensverrichtingen, waaronder persoonlijke verzorging en het verrichten van basale huishoudelijke taken; de inwoner een fysieke of zintuigelijke beperking heeft waardoor de opvang niet of onvoldoende toegankelijk is; er duidelijke indicaties bestaan voor dominante verslaving of psychiatrische problematiek die niet door de instelling begeleid kan worden en/of belastend is voor het samenwonen binnen de voorziening; de inwoner ernstig verstandelijk beperkt is en daardoor binnen de instelling niet adequaat begeleid kan worden; de inwoner niet instemt met de huisregels en de verblijfsregels van de opvanginstelling; de inwoner zich (na toegang tot de voorziening) ernstig misdraagt naar andere inwoners in de opvangvoorziening of naar de medewerkers van de instelling. 3.. De inwoner wordt door het college verwezen naar de centrumgemeente Utrecht voor de besluitvorming over plaatsing in een opvangvoorziening in de regio Utrecht. Als dit nog mogelijk is, wordt er door de centrale toegang gezocht naar een alternatieve opvangvoorziening. 4.. Voor inwoners die een voorziening in de vorm van maatschappelijke opvang nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de geldende verordening en nadere regels over dit onderwerp, die door de gemeente Utrecht als centrumgemeente bekend zijn gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel