1.
Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs
of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs
verstrekt jaarlijks voor 1 april voorafgaande aan
het volgende schooljaar een opgave van de voor dat
schooljaar voor de school gewenste onderwijsgebruik
van een gymnastiekruimte. Deze opgave bevat de
volgende gegevens:
a.
de gewenste omvang van het onderwijsgebruik
uitgedrukt in een aantal klokuren;
b.
de aanduiding van de gymnastiekruimte of -ruimten
waarin het gebruik wordt gewenst;
c.
de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een
schoolweek wordt gewenst.
2.
De jaarlijkse opgave van het gewenste
onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte als
bedoeld in het eerste lid wordt beschouwd als een
aanvraag in de zin van artikel 19, met dien
verstande dat op de afhandeling van een dergelijke
aanvraag het bepaalde in dit artikel van toepassing
is.
3.
Het college stelt jaarlijks voor 1 mei voorafgaande
aan het daaropvolgende schooljaar op basis van de
ingediende opgaven een voorstel tot inroostering
vast van het onderwijsgebruik door scholen voor
basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs
van de op het grondgebied van de gemeente gelegen
gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste
onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare
capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt
uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per
week per gymnastiekruimte.
4.
Het college neemt bij de vaststelling van het
voorstel tot inroostering het volgende in acht:
a.
de afstanden in relatie tot de omvang van het
onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals
opgenomen in bijlage I, deel B;
b.
het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in
stand gehouden school dat eigenaar is van een
gymnastiekruimte wordt voor de betreffende school
het eerste ingeroosterd voor die gymnastiekruimte;
c.
het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel
mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte.
5.
Het voorstel tot inroostering vermeldt per school
voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal
onderwijs de volgende gegevens:
a.
het aantal klokuren waarvoor de school wordt
ingeroosterd in een gymnastiekruimte;
b.
de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de
tijden gedurende welke het onderwijsgebruik
plaatsvindt;
c.
een nadere onderverdeling van het aantal klokuren
per gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan
één gymnastiekruimte plaatsvindt;
d.
voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan
het aantal klokuren dat ingevolge de beleidsregel
bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs en
(voortgezet) speciaal onderwijs voor bekostiging
door de gemeente in aanmerking komt, wordt vermeld
hoeveel klokuren voor rekening komen van het bevoegd
gezag van de school.
Het college neemt het aantal klokuren als bedoeld in
dit lid onder d slechts op in het voorstel tot
inroostering voor zover daarvoor nog capaciteit
beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met het
totale klokuurgebruik dat voor bekostiging door de
gemeente in aanmerking komt.
6.
Het voorstel tot inroostering wordt door het college
binnen twee weken na vaststelling toegezonden aan de
bevoegde gezagsorganen voor basisonderwijs en
(voortgezet) speciaal onderwijs. De bevoegde
gezagsorganen worden daarbij uitgenodigd voor een
overleg over het voorstel. Dit overleg vindt plaats
binnen twee weken na toezending van het voorstel. In
het overleg worden de vertegenwoordigers van de
bevoegde gezagsorganen in de gelegenheid gesteld te
reageren op het voorstel tot inroostering.
7.
Met inachtneming van de reacties van de bevoegde
gezagsorganen stelt het college voor 15 juni volgend
op de genoemde datum in het derde lid, de
definitieve inroostering vast van het gebruik van de
gymnastiekruimte voor het volgende schooljaar.
Indien het college daarbij afwijkt van een of meer
in het overleg als bedoeld in het zesde lid naar
voren gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd.
8.
Binnen twee weken na vaststelling van de
inroostering ontvangen de betreffende bevoegde
gezagsorganen een schriftelijke mededeling van het
college over de inroostering in de beschikbare
gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd gezag
staande school of scholen voor het volgende
schooljaar. Deze mededeling is te beschouwen als een
beslissing in de zin van artikel 22 en, indien van
toepassing, een beslissing in de zin van artikel 32,
vierde lid.
HOOFDSTUK 7
Artikel 38
Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit; inroostering gebruik
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs