Naar hoofdinhoud
Het college subsidieert een uurtarief voor peuterplaatsen regulier met een maximum van € 10,71 per uur. Het college subsidieert een uurtarief voor peuterplaatsen voorschoolse educatie met een maximum van € 12,35 per uur. Het college subsidieert per maand per bezette peuterplaats. Voor de in artikel 6 genoemde doelgroepen gelden de volgende maximale subsidiebedragen: Voor de in artikel 6 lid 1 genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar: maximaal 8 uren per week x 40 weken x 10,71 (maximumuurtarief dagopvang) minus de geldende ouderbijdrage zoals in artikel 10a verwoord. Voor de in artikel 6 lid 2 genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar: maximaal 16 uren per week x 40 weken x maximaal € 12,35 per uur minus de geldende ouderbijdrage zoals in artikel 10a verwoord. De ouderbijdrage wordt berekend voor de eerste 8 uur aangeboden VE per week. De tweede 8 uur is voor ouders gratis. Voor de in artikel 6 lid 3 genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats voor 640 uur x maximaal € 12,35 per uur minus de ouderbijdrage zoals in artikel 10b verwoord. De ouderbijdrage wordt berekend voor de eerste 8 uur aangeboden VE per week. Als de ouderbijdrage minder dan 12 keer per jaar in rekening wordt gebracht, dan vindt op bovenstaande berekeningen uit de tekst sub a en b een correctie plaats in de vorm van een aanpassing van de 12 maanden factor. Elke locatie die voorschoolse educatie aanbiedt, ontvangt in 2025 een locatiesubsidie van € 2.500. Dit geldt per gecertificeerde VE-locatie die als dusdanig is opgenomen in het LRK. Deze subsidie kan ingezet worden voor o.a. opleidingskosten, samenwerking met ouders, verkleinen van groepen en aanpassen van het aanbod op basis van de populatie. Het definitieve subsidiebedrag wordt vastgesteld na afloop van de subsidieperiode, op basis van de gegevens uit de eindrapportage van de houder. Deze vaststelling vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplaatsen. Dit betreft: het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplaats (reguliere peuter en doelgroeppeuter), het gehanteerde uurtarief, en de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen en kan een terugvordering tot gevolg hebben als houder minder bezette peuterplaats heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel