De subsidiabele activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 1.6 dienen te voldoen aan de vol-gende minimale isolatiewaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie-uitkering.
spouwmuurisolatie dient minimaal een isolatiewaarde met een Rd-waarde ≥ 1,1 (m2K/W) te hebben;
gevelisolatie dient minimaal een isolatiewaarde met Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) te hebben;
vloerisolatie dient minimaal een isolatiewaarde met een Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) te hebben;
bodemisolatie dient minimaal een isolatiewaarde met een Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) te hebben;
dakisolatie dient minimaal een isolatiewaarde met een Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) te hebben;
zolder/vliering-isolatie dient minimaal een isolatiewaarde met een Rd-waarde ≥ 3,5 (m2K/W) te hebben;
glas en/of kozijnpanelen dienen minimaal een isolatiewaarde met een U-waarde ≤ 1,2 (W/m2K) (eventueel in combinatie met isolerende deuren) te hebben;
isolerende deuren dienen minimaal een isolatiewaarde met een U-waarde ≤ 1,5 (W/m2K/) in combinatie met glas en/of kozijnpanelen te hebben;
De subsidiabele activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 1.6 zijn alleen subsidiabel als de isolatiemaatregel wordt aangebracht op een slecht geïsoleerd bouwdeel van de woning.
Alleen isolatiemaatregelen uitgevoerd na 1 januari 2024 komen voor subsidie in aanmerking.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2