Artikel 5: Aflossingscapaciteit en betalingsregeling
1. Het college biedt de zelfstandige wanneer de vordering, bestaande uit de rentedragende
geldlening plus achterstallige rente, direct opeisbaar is geworden, een termijn van 6 weken om
het volledige openstaande bedrag te voldoen. Ook biedt het college de zelfstandige de
mogelijkheid om een betalingsregeling te treffen. Dit wordt in de beschikking vermeld.
2. De zelfstandige kan zelf een betalingsregeling voorstellen. Hiermee stemt het college in als:
a. daarmee de vordering binnen een periode van 72 maanden in zijn geheel kan worden
afgelost; en
b. de voorgestelde aflossing ten minste € 65,- per maand bedraagt.
3. Wanneer een betalingsregeling zoals genoemd in het 2e lid niet tot stand kan komen, wordt de
aflossing vastgesteld op 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm plus 75% van
het inkomen boven deze norm, maar maximaal het bedrag dat berekend met de rekenmodule
beslagvrije voet is in te vorderen.
4. In afwijking van het 2e en 3e lid kan het college met een betalingsvoorstel van de zelfstandige
instemmen als daarmee wordt bereikt dat de zelfstandige de vordering via minnelijke weg blijft
betalen.
Artikel 6. Mogelijkheden tot wijziging van een betalingsverplichting
1. Het college kan op verzoek van de zelfstandige de eerder vastgestelde betalingsverplichting
wijzigen als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is in verband met wijzigingen in
de (financiële) situatie van de zelfstandige.
2. Het college kan de betalingsverplichting wijzigen wanneer uit een draagkrachtonderzoek blijkt
dat de zelfstandige over onvoldoende draagkracht beschikt, of als daarmee wordt bereikt dat de
zelfstandige de vordering via minnelijke weg blijft betalen.
3. Het College voert periodiek of op basis van signalen onderzoek uit naar mogelijk gewijzigde
financiële omstandigheden.
Artikel 7. Uitstel van betaling
1. Het college kan op schriftelijk verzoek van de zelfstandige uitstel van de betalingsverplichting
verlenen voor de duur van telkens maximaal 24 maanden. Dit kan alleen als de
(financiële) omstandigheden daartoe aanleiding geven en de zelfstandige dit onderbouwt met
bewijsstukken.
2. Het college trekt het besluit tot uitstel van betaling in wanneer:
a. op een later tijdstip blijkt dat de zelfstandige onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt
en op basis van de juiste of volledige gegevens een ander besluit zou zijn genomen; en/of
b. de gronden voor verlening van het uitstel als bedoeld in het 1e lid zijn komen te vervallen.
Artikel 8. Niet of niet meer voldoen aan de betalingsverplichting
1. Als de zelfstandige na terugvordering van het bedrijfskapitaal niet bereid is een betalingsregeling
te treffen of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, kan het college
invorderen bij dwangbevel. De invordering kan dan worden overgedragen aan de deurwaarder.
2. Bij inschakeling van een deurwaarder betaalt de zelfstandige de in rekening gebrachte kosten.
Artikel 2: