Indien dringende redenen aanwezig zijn gelegen in de persoon van de bijstandsgerechtigde, dan wel de persoon op wie bijstand wordt verhaald, kan er geheel of tijdelijk afgezien worden van verhaal. Of een dringende reden aanwezig is en of het aanleiding is af te zien van verhaal dient aan de hand van de feiten en omstandigheden in het individuele geval te worden beoordeeld.
Een dringende reden wordt in ieder geval aanwezig geacht in de volgende gevallen:
Agressief gedrag van de onderhoudsplichtige ten opzichte van de bijstandsgerechtigde, of van de bijstandsgerechtigde ten opzichte van de onderhoudsplichtige. De aangevoerde redenen dienen geobjectiveerd te worden, oftewel geverifieerd en bevestigd door derden zoals politie (vertrouwens)arts, psycholoog en maatschappelijk werkende. Uiteraard dient dit onderzoek met de nodige prudentie te worden uitgevoerd. Veelal betreft het hier verhaal op onderhoudsplichtige mannen wier vrouw enige (vaak korte) tijd heeft doorgebracht in een huis voor vrouwenopvang. In dergelijke gevallen dient de actuele houding van de onderhoudsplichtige van doorslaggevend belang te zijn. Derhalve is een periodiek heronderzoek in dergelijke gevallen aangewezen. Indien uit het (voor)onderzoek blijkt dat de bedreigende situatie niet meer aanwezig is, kan een normaal draagkrachtonderzoek plaatsvinden.
Suïcidaal gedrag van de onderhoudsplichtige/-gerechtigde. Voor deze gevallen geldt in wezen hetzelfde als voor gewelddadig gedrag van een onderhoudsplichtige tegenover de bijstandsgerechtigde. Prudentie is ook hier aangewezen.
Het aanspreken van de ouders van een jong-meerderjarige schaadt de jong-meerderjarige. Dit kan het geval zijn als de relatie tussen ouders en hun jong-meerderjarig kind ernstig verstoord is, of als er (in het verleden) sprake is (geweest) van mishandeling of ernstige verwaarlozing.
Na een periode van uitkering op grond van de wet heeft onderhoudsplichtige vaak een inkomen op minimumniveau. Om armoedeval te voorkomen, is het van belang om de onderhoudsplichtige ex-cliënt na zijn of haar terugkeer in het arbeidsproces tijdelijk te ontzien van zijn of haar onderhoudsverplichting. Dit moedigt aan om langdurig actief te blijven in het arbeidsproces. Elke situatie moet individueel worden beoordeeld. Over het algemeen wordt aanbevolen om gedurende twee jaar na de overgang van uitkering naar werk geen onderhoudsbijdrage op te leggen.
Tevens kan worden afgezien van verhaal bij het bestaan van een problematische schuldensituatie.
Van een problematische schuldensituatie is sprake indien:
Onderhoudsplichtige niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, en
Een schuldregeling m.b.t. alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen, en
De verhaalsvordering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.