Naar hoofdinhoud
1.. Historisch waardevolle elementen moeten tijdens verbouwingswerkzaamheden worden beschermd tegen beschadigingen. Om de beschermde elementen hiervoor aan te brengen mag er niet in de monumentale onderdelen worden geschroefd, geboord of gelijmd. 2.. Beschermd gebouwd erfgoed moet tijdens de uitvoering van de werkzaamheden te allen tijde afdoende tegen weersinvloeden beschermd zijn. 3.. Onderdelen die zullen worden hergebruikt, maar voor de uitvoering van de werkzaamheden tijdelijk worden gedemonteerd, moeten droog, geventileerd en beschermd tegen mogelijke beschadigingen worden opgeslagen. 4.. Steigers moeten zodanig geplaatst en bevestigd worden, dat de schade aan de gevel tot een minimum beperkt blijft. Verankeringselementen moeten bij demontage worden verwijderd en de ontstane gaten moeten gevuld worden met daartoe geëigende, bij het monument passende materialen. Steigers mogen niet aan geveltoppen worden ‘gehangen’. 5.. De bevestigingsmiddelen voor de steiger mogen niet in natuurstenen onderdelen of keramische tableaus of bijzondere metselwerkvlechtingen worden aangebracht tenzij de gehele gevel in natuursteen is opgetrokken. Bij voorkeur worden de ankers midden in de baksteen aangebracht.

Rechtspraak bij dit artikel