Naar hoofdinhoud

Artikel 6

– Ontheffing voor voertuigen die niet emissieloos verkrijgbaar zijn

Onderdeel van Ontheffingenbeleid nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto's ‘s-Hertogenbosch 2025

Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor voertuigen waarvoor aantoonbaar nog geen vergelijkbaar emissieloos alternatief voertuig verkrijgbaar is. Bij de aanvraag wordt een of meer van de volgende documenten overgelegd met betrekking tot het voertuig waarvoor ontheffing wordt aangevraagd: kenteken van het huidige voertuig; offertes van twee leveranciers die verklaren dat het beoogde voertuig en/of de gewenste voertuig(-configuratie) met de vereiste specificaties niet emissieloos verkrijgbaar is; een bewijsstuk waaruit het benodigde elektrische vermogen blijkt van de opbouw van het voertuig; een bewijsstuk waaruit blijkt dat het voertuig voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt voor ondeelbare lading en de massa hiervan; een bewijsstuk waaruit blijkt dat het voertuig wordt ingezet voor verplaatsing van zeer zware lading die in grote volumes over onverharde ondergrond moet worden verplaatst; een bewijsstuk waaruit blijkt dat het voertuig wordt ingezet voor uitzonderlijke logistieke toepassingen waarvoor overslag van grote naar kleine voertuigen niet mogelijk is; een bewijsstuk waaruit blijkt dat een specialistisch voertuig dat zowel op de weg als op het spoor moet kunnen rijden, vanwege overschrijding van gewicht niet door de RDW goedgekeurd kan worden. Op basis van de beoordeling van de onder het tweede lid ingediende documenten en de mogelijkheden of alternatieven die er zijn voor het voertuig in het kader van bijvoorbeeld innovatie, stand van de techniek, vergelijkbaarheid of proportionaliteit op het moment van de aanvraag, wordt ontheffing verleend: wanneer de toegestane maximum massa van de aanhanger bedoeld in het tweede lid, onder c, groter is dan de jaarlijks door het Centraal loket vast te stellen drempelwaarde. wanneer het benodigde elektrische vermogen bedoeld in het tweede lid, onder d, groter is dan de jaarlijks vast te stellen drempelwaarde; wanneer naar het oordeel van het college er geen emissieloos alternatief is waarmee de aanvrager redelijkerwijs zijn werkzaamheden kan uitvoeren; wanneer naar het oordeel van het college dat een voertuig voor toepassingen als bedoeld in het tweede lid, onder e, f of g, niet emissieloos verkrijgbaar is; wanneer het in het tweede lid, onder h, bedoelde bewijsstuk wordt overlegd. De duur van een ontheffing als bedoeld in dit artikel is voor een bestaand voertuig maximaal een jaar. Per aanhanger wordt voor één voertuig op kenteken ontheffing verleend op grond van dit artikel. Voor bestaande voertuigen kan tot en met 31 december 2029 een ontheffing worden verleend. Ook voor een nieuw aan te schaffen voertuig dat niet emissieloos is en een bestaand voertuig vervangt kan ontheffing verleend worden tot en met 31 december 2029.

Rechtspraak bij dit artikel