Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2

Artikel 6.2.3

Verticale ligging

Onderdeel van Handboek kabels & leidingen 2024

1.. Binnen het kabel- en leidingentracé worden de kabels en/of leidingen ten opzichte van het maaiveld qua verticale maatvoering volgens een vaste volgorde ingedeeld. De verticale indeling is weergegeven in het standaarddwarsprofiel, zie Hoofdstuk 10, bijlage 10.1. 2.. Uitgangspunten bij verticale ligging: Distributiekabels en/of -leidingen liggen ondieper dan transportleidingen; Vrij-verval leidingen hebben voorrang boven drukleidingen; Kabels en/of leidingen mogen niet binnen het ontgravingsprofiel van de riolering aangelegd worden. Het ontgravingsprofiel is bekend bij de rioolbeheerder van Stadswerk072; Bij kruisingen van kabels en/of leidingen bedraagt de onderlinge tussenruimte (verticale afstand) tenminste 0,30 m; Er moet een strook tussen 0,70 m -mv en 1,00 m -mv vrijgehouden worden in verband met kruisende vrijverval rioolaansluitingen. 3.. Het bovengenoemde basisprincipe moet zoveel mogelijk worden nagestreefd, mede in verband met kruisende rioolaansluitingen. In bijzondere gevallen kan Stadswerk072 een andere verticale ligging toestaan c.q. voorschrijven.

Rechtspraak bij dit artikel