**1..** Het is anderen dan de bewoners of gebruikers van een gebouw of vaartuig verboden:
zonder redelijk doel tegen een deur, raam of vensterbank te leunen of zich anderszins hinderlijk op te houden in de onmiddellijke omgeving van dat gebouw of vaartuig;
zonder redelijk doel of op voor anderen kennelijk hinderlijke wijze zich op te houden in de voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimten van dat gebouw.
**2..** Het is verboden zonder redelijk doel of op voor anderen kennelijk hinderlijke wijze zich op te houden in of bij een portiek, een portaal, een telefooncel, een parkeergarage of een soortgelijke, voor publiek toegankelijke ruimte dan wel deze ruimte te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij is bestemd.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.18
Hinderlijk gedrag in of bij gebouwen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2008