**1..** Voorschriften of beperkingen die uit een oogpunt van ongewenste mededinging worden verbonden aan een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet bepalen uitsluitend dat:
van de vergunning uitsluitend gebruik mag worden gemaakt één uur vóór, tijdens en één uur na de activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard;
de vergunning niet geldt tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen en
het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard niet openlijk mag worden aangeprezen.
**2..** Het college kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard tot ten hoogste driemaal per kalenderjaar ontheffing verlenen van de voorschriften als bedoeld in het eerste lid, onder a en b.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 3.22
Voorkomen van ongewenste mededinging
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2008