Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 3.32

Verplichtingen van de exploitant en de leidinggevende

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2008

1.. De exploitant en de leidinggevende zorgen ervoor dat in het prostitutiebedrijf: ten aanzien van prostituees geen strafbare feiten plaatsvinden als bedoeld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht; uitsluitend prostituees werkzaam zijn die in het bezit zijn van een geldige verblijfstitel dan wel voor wie de exploitant beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet arbeid vreemdelingen en klanten niet het slachtoffer kunnen worden van strafbare feiten zoals beroving, diefstal,oplichting of vergelijkbare strafbare feiten. 2.. De exploitant van een besloten prostitutiebedrijf doet wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf. 3.. De exploitant van een raamprostitutiebedrijf ziet er op toe dat de in zijn prostitutiebedrijf werkzame prostituees geen ernstige overlast voor de omgeving veroorzaken, het bepaalde in artikel 2.12, vierde lid niet overtreden en de openbare orde niet verstoren. 4.. De exploitant doet onmiddellijk mededeling aan de burgemeester als er een wijziging van leidinggevenden plaatsvindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel