Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 3.41

Bijzondere weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2008

1.. De burgemeester weigert een vergunning als: het escortbedrijf wordt gevestigd in een voor het publiek toegankelijk gebouw, behalve wanneer het een prostitutiebedrijf betreft en hij daarvoor op grond van artikel 3.27 eerste lid en vergunning heeft verleend; het escortbedrijf wordt gevestigd in een prostitutiebedrijf dat met toepassing van artikel 2.10 of artikel 3.35 van deze verordening dan wel artikel 13b van de Opiumwet is gesloten; het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning tot woningonttrekking als bedoeld in artikel 30 van de Huisvestingswet is verleend; het escortbedrijf wordt gevestigd in een vaartuig waarvoor de benodigde vergunning ingevolge de Verordening op de haven en het binnenwater niet is verleend of de exploitant of de leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 3.40 gestelde eisen. 2.. De burgemeester kan een vergunning weigeren als: naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat in de omgeving van het escortbedrijf of de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het escortbedrijf; naar zijn oordeel onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant of de leidinggevende de in artikel 3.42 bedoelde verplichtingen zal naleven; naar zijn oordeel het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 3.38 onvoldoende garanties geeft voor de bescherming van de prostituees; een eerdere vergunning voor de exploitatie van een escortbedrijf of een prostitutiebedrijf is geweigerd of ingetrokken of op grond van andere feiten en omstandigheden onvoldoende vaststaat dat het bepaalde in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht niet zal worden overtreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel