Op grond van artikel 5.16 is de ambulante handel in duivenvoer verboden. Dit wordt niet ingegeven door de wens om deze verkoop als zodanig te regelen maar door het streven om verdere groei van de (overlast gevende) duivenpopulatie tegen te gaan. De hoeveelheid beschikbaar voer is immers van invloed op de omvang van de populatie.
Omdat regulering van de verkoop niet het motief is van deze bepaling bevat het tweede lid een uitzondering van het verbod tijdens markten.
Op grond van het vierde lid is de Verordening op de straathandel niet van toepassing in die gevallen waarin het college een ontheffing op grond van het derde lid heeft verleend.