De burgemeester kan de vergunning intrekken als:
in het bedrijf strafbare feiten plaatsvinden die een bedreiging vormen voor de veiligheid of de openbare orde in of om het bedrijf;
in strijd wordt gehandeld met de Wet arbeid vreemdelingen;
in strijd wordt gehandeld met hetgeen de exploitant in het bedrijfsplan heeft opgenomen;
het bedrijfsplan is gewijzigd zonder dat van de wijziging vooraf mededeling aan de burgemeester is gedaan of het bedrijfsplan na de wijziging niet meer voldoet aan de in artikel 3.65, eerste lid genoemde eisen;
de exploitant of leidinggevende niet langer voldoet aan de in artikel 3.66 gestelde eisen;
de exploitant of leidinggevende het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt.
Hoofdstuk
Artikel 3.68