Bouwwerk: de definitie is (gedeeltelijk) ontleend aan de Bouwverordening.
Gebouw: de definitie is (gedeeltelijk) ontleend aan de Woningwet en moet in samenhang met de definitie van bouwwerk worden gelezen.
Openbaar water: de definitie is ontleend aan de Verordening op de Haven en het Binnenwater. De term “openbaar” heeft geen bijzondere juridische betekenis. Het gaat om water dat feitelijk voor het publiek toegankelijk is.
Rechthebbende: het eerste deel van de definitie knoopt aan bij het begrip zoals dat in het privaatrecht wordt gehanteerd. Het gaat om een ruime omschrijving. Zo is bijvoorbeeld niet alleen de eigenaar, maar ook de huurder van een pand rechthebbende. Daarnaast is ook de persoon die de feitelijke macht uitoefent over een zaak onder de definitie van rechthebbende gebracht.
Reclame: reclame is in het algemeen iedere vorm van aanprijzing van een dienst, activiteit, een goed of een naam. Vanwege de toevoeging “commercieel belang” valt het openbaren van gedachten en gevoelens in de zin van artikel 7 van de Grondwet niet onder deze definitie.
Stadsdeel: de Verordening op de stadsdelen geeft een opsomming van de Amsterdamse stadsdelen.
Vaartuig: de definitie is ontleend aan de omschrijving van schip uit de Verordening op de Haven en het Binnenwater.
Voertuig: de definitie is (deels) ontleend aan het Reglement verkeersregels en verkeerstekens en bestaat feitelijk uit een opsomming van mogelijke voertuigen.
Weg: deze definitie geeft een ruime omschrijving van wat onder weg moet worden verstaan en valt uiteen in een aantal delen. In alle onderdelen gaat het om wegen en plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn. Onderdeel a betreft de weg in de zin van de Wegenverkeerswet, namelijk de feitelijk voor het openbaar verkeer openstaande wegen met toebehoren, aangevuld met voor publiek toegankelijke parkeerterreinen en parkeergebouwen. Onderdeel b betreft diverse plaatsen, zoals parken en pleinen, maar ook ijsvlakten, aanlegplaatsen en stegen. De zinsnede “al dan niet met enige beperking” in de onderdelen a en b geeft aan dat ook als er voorwaarden zijn gesteld voor de toegankelijkheid (bijvoorbeeld het betalen van entreegeld) er nog steeds sprake is van een weg, zolang de plek voor publiek toegankelijk is. Ook een steeg die vanwege de openbare orde is afgesloten, maar toegankelijk blijft voor bewoners en hun bezoekers, blijft voor publiek toegankelijk en valt daarmee onder de definitie van weg. Hetzelfde geldt voor een park dat ’s nachts is afgesloten of een gedeeltelijk toegankelijk plantsoen. De onderdelen c en d betreffen gedeelten van gebouwen die tot de openbare ruimte horen. Door deze onderdelen zijn verschillende APV-bepalingen ook van toepassing in galerijen van flatgebouwen, portieken van woningen, winkelgalerijen en winkelcentra.
In een aantal APV-bepalingen wordt de term “op of aan de weg gebruikt”. Als dat het geval is geldt de betreffende bepaling ook op plaatsen die strikt genomen geen weg zijn zoals gedefinieerd in artikel 1.1, maar zich wel in de nabijheid daarvan bevinden. Een bepaling kan dan ook gelden op een privé-terrein, omdat er een duidelijke relatie is met of een uitstraling naar de weg.
Zaak: dit is een ruime definitie die aansluit bij het begrip zoals dat in het privaatrecht wordt gehanteerd. Dat betekent dat alle mogelijke voorwerpen onder het begrip zaak kunnen vallen. De term “zaak” wordt bijvoorbeeld gehanteerd wanneer het niet goed mogelijk is om een concrete opsomming te geven.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 1.1