Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2008

Artikel 2.1 eerste lid Evenement De omschrijving van het begrip evenement is ruim gehouden vanwege de grote variatie in evenementen. Niet alleen buurtfeesten, straatfestivals, kermissen en concerten in de open lucht vallen er onder maar ook bijzondere huldigingen, herdenkingen, sportwedstrijden en grote spektakels met een nationale uitstraling zoals de Uitmarkt en Sail. Een aantal elders geregelde activiteiten in de openbare ruimte wordt van het begrip uitgezonderd, zoals manifestaties in de zin van de Wet openbare manifestaties, optochten en voetbalwedstrijden en markten, waarvoor een vergunningstelsel is opgenomen in de Marktverordening. Op sommige evenementen maakt het aanbieden en verkopen van waren vanuit kramen en stallen deel van de gebeurtenissen uit. Dit kan de vraag oproepen of het geheel als een markt of een evenement moet worden vergund. Volgens de Marktverordening geldt als ondergrens voor het instellen van een markt dat daarop door ten minste zeven vergunninghouders staanplaats wordt ingenomen. Afgezien daarvan bevat de Marktverordening noch de APV criteria aan de hand waarvan kan worden bepaald onder welke regeling de activiteiten vallen. Deze keuze is op voorhand ook niet eenvoudig te maken: de overgang van een evenement naar een markt en andersom is immers vaak vloeiend en niet goed af te bakenen. Het bevoegde orgaan moet dan ook per geval beoordelen of een gebeurtenis als markt of als evenement moet worden vergund. In het algemeen ligt een aanwijzing als markt meer voor de hand als het gaat om een periodiek terugkerende gebeurtenis waarbij de commerciële handel in waren dominant is ten opzichte van de andere gebeurtenissen (bijvoorbeeld een kerstmarkt). Speelt de verkoop van waren daarentegen een ondergeschikte of ondersteunende rol, dan verdient het verlenen van een evenementenvergunning de voorkeur. Dit is bijvoorbeeld het geval bij braderieën waarbij het niet zozeer gaat om de reguliere uitoefening van straathandel maar om het verkopen op straat door winkeliers van waren uit hun eigen assortiment meestal in combinatie met andere activiteiten die er op gericht zijn de aandacht van het winkelend publiek te vestigen op de aantrekkelijkheid van een bepaalde winkelstraat. Onder het begrip evenement als bedoeld in het eerste lid vallen niet de voor publiek toegankelijke gebeurtenissen in gebouwen; hiervoor is een aparte vergunningplicht in artikel 2.47 opgenomen. Die geldt ook voor overdekte markten. In de begripsomschrijving is er rekening mee gehouden dat evenementen ook op het water kunnen plaatsvinden. Aan het begrip evenement is tenslotte het element "met een openbaar of besloten karakter" toegevoegd. Hiermee wordt buiten twijfel gesteld dat ook voor het publiek toegankelijke gebeurtenissen met een besloten karakter die op of aan de weg plaatsvinden (bijvoorbeeld het houden van een feest voor uitsluitend genodigden) onder de vergunningplicht vallen. Artikel 2.1 tweede lid Evenemententerrein Het hanteren van het begrip evenemententerrein maakt het mogelijk tot een duidelijke begrenzing te komen van de plaats waar het evenement zich afspeelt en daarmee tot een duidelijk juridische afbakening van op het terrein geldende regels, voorschriften en bevoegdheden. Al naar gelang de omstandigheden kan het evenemententerrein nader worden bepaald of kunnen de grenzen daarvan ruimer worden getrokken, bijvoorbeeld door voorzieningen voor toeschouwers erbij te betrekken. Artikel 2.1 vierde lid Samenscholing Onder samenscholing wordt verstaan het groepsgewijs bijeenkomen van mensen die een dreigende houding aannemen, kwade bedoelingen hebben of bedreigend op anderen overkomen. Het is afhankelijk van de concrete situatie en de feiten en omstandigheden of dit het geval is. Als er kennelijk kwade bedoelingen in het spel zijn kan er dus sprake zijn van een samenscholing. Artikel 2.1 vijfde lid Handelaar Bij algemene maatregel van bestuur van 6 januari 1992 (Staatsblad 1992, 36) zijn de handelaren aangewezen die ingevolge artikel 437, eerste lid Wetboek van Strafrecht aantekening moeten houden van door hen verworven en voorhanden gehouden zaken. Het gaat hierbij om opkopers en handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen, platina, goud, zilver, edelstenen, uurwerken, kunstvoorwerpen, auto’s, motorfietsen, bromfietsen, fietsen, foto-, film-, radio-, audio- en videoapparatuur en apparatuur voor automatische registratie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel