Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.18A

Hinder in en om de woning

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2008

1.. De gebruiker van een woning of daarbij behorend erf draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid daarvan geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2.. Voor de toepassing van dit artikel wordt in elk geval onder hinder verstaan: vervuiling; geluidsoverlast; stank; hinder door (huis)dieren of ongedierte; intimiderende uitingen of gedragingen; gevaarzettend gedrag; gedragingen die de leefbaarheid en veiligheid van omwonenden aantasten. 3.. Bij overtreding van het eerste lid kan de burgemeester een last onder bestuursdwang opleggen aan de gebruiker of aan degene die de woning of daarbij behorend erf tegen betaling in gebruik heeft gegeven. 4.. De burgemeester maakt van zijn bestuursdwangbevoegdheid uitsluitend gebruik indien de hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan.

Rechtspraak bij dit artikel