Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.4.

Weerstandsvermogen Grondbeleid

Onderdeel van Nota Grondbeleid 2024

Het weerstandsvermogen van het grondbedrijf is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor we geen maatregelen hebben getroffen, maar die wel van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van het grondbedrijf. Dit weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin het grondbedrijf in staat is zelf middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat we het beleid hoeven aan te passen. De weerstandscapaciteit bestaat uit het vrij besteedbare deel van de Reserve Bouwgrondexploitatie na alle stortingen en onttrekkingen op basis van raadsbesluiten. Jaarlijks kwantificeren we de risico’s conform de paragraaf risicomanagement uit de Nota Grondbeleid. Op basis daarvan wordt de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen bepaald. Voor de lopende grondexploitaties gaan we voor de risicobepaling uit van de opgestelde risicoanalyses conform de Monte Carlo analyse. Voor de grondexploitaties waarvoor geen risicoanalyse is opgesteld (dit is een uitzondering), hanteren we voor de bepaling van het risico een bedrag dat wordt berekend door drie jaar lang (tegen de vastgestelde gemeentelijke omslagrente) rente te nemen over de boekwaarde. Dit laatste principe geldt ook voor warme gronden. Bij de berekening van het benodigde weerstandsvermogen is geen rekening gehouden met de risico’s van de voorraad overige grond- en hulpstoffen, aangezien we de toekomstige kosten en rentelasten hiervan ten laste brengen van de Reserve Bouwgrondexploitatie. Logischerwijs kent het voeren van actief grondbeleid een groter risicoprofiel dan het voeren van faciliterend grondbeleid. Grondexploitaties kunnen naast winstgevend ook verlieslatend zijn. De gemeente moet een adequaat weerstandsvermogen hebben om de potentieel verlieslatende grondexploitaties te kunnen dekken. Daartegenover staat dat bij winstgevende grondexploitaties (tussentijds) winst kan worden genomen. Het is echter wel van belang dat de reserve bouwgrondexploitatie (weerstandsvermogen) toereikend is om de verlieslatende grondexploitaties te dekken, vóórdat deze gelden uit winstneming aangewend kunnen worden voor een vrije bestemming.

Rechtspraak bij dit artikel