Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › § 3.1

Artikel 3:8

Wijziging of intrekking aanwijzing beschermd beeldbepalend pand

Onderdeel van Erfgoedverordening Land van Cuijk 2024

1.. Het college kan ten aanzien van beschermde beeldbepalende panden en voorlopige beschermde beeldbepalende panden al dan niet op aanvraag van een belanghebbende wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister. 2.. Aan een wijziging of intrekking als bedoeld in het eerste lid kan slechts worden voldaan als het belang van erfgoedzorg zich daar niet tegen verzet. 3.. Bij toepassing van lid 1 is artikel 3:4 tot en met artikel 3:6 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor aanwijzing wordt gelezen wijzigingsbesluit of intrekking van de aanwijzing. 4.. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing als bedoeld in lid 2 achterwege. 5.. Het college kan voorwaarden verbinden aan de wijziging of intrekking van de aanwijzing. 6.. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag dat het beschermd beeldbepalend pand waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet of wordt aangewezen als gemeentelijk monument op grond van artikel 2:1, eerste lid, van deze verordening. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel