Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.2

Artikel 8.2.2

Multifunctioneel bos

Onderdeel van Nota Bossen en Natuurterreinen 2024 – 2034 Gemeente Heeze – Leende

In de multifunctionele bossen zullen wel bomen worden geoogst. Op korte termijn zullen dunningen plaatsvinden om de monoculturen te doorbreken en de menging van het bos toe te laten nemen. Dit wordt gedaan door te dunnen in de hoofdboomsoort en de overige soorten te ontzien. Daarnaast hebben de dunningen als doel om de spontane verjonging te stimuleren. In tegenstelling tot in de natuurbossen zijn hier ook exoten met een hoge houtkwaliteit toegestaan (douglas, Japanse lariks, westerse levensboom). Er wordt gestreefd naar 20% verjonging van hoogproductieve exoten. Via dunningen worden bomen met gunstige eigenschappen (recht en tak- of noestvrij) vrijgezet om zo een hogere aanwas te creëren in de economisch meest waardevolle bomen. Tegelijkertijd zal er aandacht blijven voor de recreatieve waarde en natuurwaarde in het bos. Het aandeel inlandse soorten wordt hooggehouden en woudreuzen, habitatbomen en aftakelende bomen worden ontzien. De blesser in het multifunctionele bos maakt een afweging uit de soms conflicterende belangen: natuur, recreatie en houtoogst. Netwerk van Oude Aftakelende en Dode bomen (NOAD) Om te voorkomen dat er binnen te weinig dode en aftakelende bomen blijven staan wordt er een Netwerk van Oude Aftakelende en Dode bomen (NOAD) uitgezet. Hiervoor zullen gemiddeld 3 dikke aftakelende bomen per hectare gespaard te blijven. Deze worden in het veld gemarkeerd. Dit zijn bomen met een hoge natuurwaarde zoals bijzondere soorten, aftakelende bomen, aparte groeivormen etc. Dergelijke bomen worden nooit geoogst en krijgen de kans om groot te worden en in verval te raken. Ook slecht vitale en hangende bomen die geen nadelige invloed hebben worden niet geoogst. Bodem Als gevolg van een houtoogst kan de bodem sterk verdichten. Hierdoor wordt onder andere het bodemleven en het afwateringsvermogen aangetast. Het natuurlijk herstel kan vele jaren in beslag nemen. Het is dus belangrijk om bodemverdichting zoveel mogelijk te voorkomen. Bodemverdichting wordt zoveel mogelijk beperkt worden door het werken met tracks en met de volgende maatregelen. Vaste ruimingspistes Het grootste verdichtingseffect treedt al op bij een enkele betreding. Daarom is het belangrijk om te werken met vaste ruimingspistes. Deze zullen permanent worden vastgelegd. Zowel met markering in het veld als digitaal met coördinaten. Om het berijdingsoppervlak zoveel mogelijk te beperken worden de pistes aangelegd met een tussenafstand van 40 meter. Bomen worden handmatig naar de ruimingspiste toe geveld en uitgesleept, waardoor de schade aan de verjonging beperkt blijft. In jongere opstanden is voldoende tophout aanwezig wat de oogstmachine kan gebruiken als “rijplaat” om het verdichtingseffect te verminderen. Uit oogpunt van efficiëntie worden in jongere opstanden vaste ruimingspistes met een tussen afstand van 20 meter ingemeten. Na de 3e dunning zal overgestapt worden naar ruimingspistes met een tussenafstand van 40 meter. Dunningsperiode Er dient geoogst te worden tijdens gunstige weeromstandigheden. Dit betekent voor zandbodems tussen de natte en droge periode in, in de nazomer.

Rechtspraak bij dit artikel