Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.3

Artikel 8.3.2

Multifunctioneel bos

Onderdeel van Nota Bossen en Natuurterreinen 2024 – 2034 Gemeente Heeze – Leende

Holle grove dennenbossen Binnen de multifunctionele bossen is 37 hectare bos met een kiemjaar tussen 1920 – 1960. Een groot deel van deze bossen zijn zogenaamde “holle dennenbossen”. In deze opstanden weinig verjonging of ondergroei aanwezig is. Er is enkel een, steeds ouder en minder vitaal wordend, scherm van grove dennen aanwezig. Om de productiefunctie voor de lange termijn te behouden dient het bos verjongd te worden. Er worden bomen aangeplant zodat de gewenste soortensamenstelling kan worden bereikt. Op kleine schaal worden experimenten uitgevoerd met alternatieve herkomsten en soorten die minder gevoelig zijn voor klimaatverandering. Herkomsten uit Noord-Frankrijk of Italië en soorten als walnoot en gewone zilverspar kunnen aangeplant worden. De herkomsten van plantmateriaal worden hierbij vastgelegd en de plantlocaties worden gemonitord. Daarnaast wordt er zo veel mogelijk gebruik gemaakt van spontane verjonging. Dit is alleen mogelijk voor boomsoorten die reeds aanwezig zijn. Spontane verjonging wordt gestimuleerd door licht op de bodem te brengen (d.m.v. dunningen) en door, waar nodig, de minerale bodem aan de oppervlakte te brengen. Afhankelijk van de gewenste verjonging worden gaten gemaakt in het kronendak. Om verjonging van lichtboomsoorten te realiseren worden verjongingsgaten gemaakt van maximaal 0,2 ha groot. In verjongingsgaten blijven enkele bomen (20 per ha) behouden. Deze bomen dienen als scherm om het bosklimaat te behouden. Verjonging van hoog productie soorten wordt vrijgezet en waar nodig opgesnoeid. Douglas In het gebied 45 Bunder zijn een aantal douglas vakken aanwezig. Deze bossen worden beheerd volgens het uitkapsysteem. Hierbij vindt oogst van afzonderlijke bomen plaats over de gehele oppervlakte op basis van boomgewijze selectie. Een selectiecriteria is de doeldiameter. Wanneer de douglas zijn doeldiameter heeft bereikt wordt deze geoogst. Doeldiameter (op borsthoogte) is 40-90 cm afhankelijk van de kwaliteit van de stam. Het gat in het kronendak dat ontstaat na het oogsten van een douglas zorgt ervoor dat de onderetage en verjonging de kans krijgen om door te groeien. Hierdoor komen verschillende fasen van het bos naast en door elkaar voor in verschillende etages. Hierdoor ontstaat een ongelijkjarig bos waarbij alle leeftijdsklassen naast elkaar voorkomen. Hier worden geen verjongingsgaten aangelegd waardoor het bosklimaat in stand blijft. Dit is gunstig voor de groeiplaatsproductiviteit. Om de menging te bevorderen worden hier schaduwsoorten als beuk en gewone zilverspar (Abies alba) aangeplant. Bodembewerking Gezonde bodems zijn essentieel voor weerbare bossen en kunnen veel CO2 vasthouden. Een gezonde bosbodem heeft een goed ontwikkeld bodemprofiel (duidelijk herkenbare horizonten) en geen disbalans in de mineralenhuishouding. Bodembewerking kan ervoor zorgen dat deze opgeslagen CO2 versneld vrijkomt en dat de aanwezige nutriënten deels uitspoelen. Het is nog onbekend hoeveel nutriënten en CO2 verloren gaat bij een ondiepe bodembewerking. Bij kap- en verjongingsmaatregelen is het daarom belangrijk om een goede afweging te maken tussen de voor- en nadelen van bodembewerking om te bepalen of het toepassen hiervan op een bepaalde locatie wenselijk is. Bodembewerking zal alleen worden toegepast wanneer er nauwelijks tot geen kwalitatieve verjonging van de gewenste soorten mogelijk is. Ook als er veel exoten staan kan bodembewerking nuttig zijn voor omvorming.

Rechtspraak bij dit artikel