Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Toewijzen huurstandplaatsen woonwagens gemeente Beesel 2024

In deze beleidsregel wordt verstaan onder: Standplaats: Een kavel dat bestemd is voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten, zoals omschreven in de Woningwet, artikel 1 onder woongelegenheid, sub. C. Woonwagen: Een voor bewoning bestemd zijnde gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, als omschreven in de Woningwet, artikel 1 onder woongelegenheid, sub. B. Een prefab woning, chalet of houtskeletbouwwoning wordt in dit beleid ook gezien als woonwagen. Huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats (en huurwoonwagen), waarin de huurbepalingen zijn geregeld. Huishouden/huishouding: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren. Inkomensgrens: De jaarlijks door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde inkomens- en huurprijsgrenzen voor sociale huurwoningen. Standplaatszoekende: huishouden dat in het inschrijfsysteem Thuis In Limburg is ingeschreven en zich tevens via Thuis in Limburg heeft geregistreerd als belangstellende om in aanmerking te komen voor een standplaats met huurwoonwagen. Voorrangsbeleid; Het beleid dat inhoudt dat er bij de toewijzing van een woonwagenstandplaats met huurwoonwagen voorrang wordt gegeven aan familieverwanten in de eerste (samenwonende partner, (schoon)ouders en kinderen, schoondochters en schoonzonden) en de tweede graad (grootouders, kleinkinderen, (schoon)zussen, zwagers en broers). Toewijzende instantie: De woningcorporatie of beheermaatschappij die de toewijzing van de woonwagen en/of standplaats verzorgd. Spijtoptant: een standplaatszoekende die in het verleden vanuit een woonwagenstandstandplaats in Beesel is verhuisd naar een reguliere woning, maar graag opnieuw een woonwagen wenst te betrekken. Afstammingsbeginsel: het beginsel dat inhoudt dat de standplaatszoekende, diens ouders dan wel grootouders in een woonwagen wonen dan wel moeten hebben gewoond, waarbij sprake moet zijn van een generatie op generatie doorlopende en intensieve beleving van de woonwagencultuur, wat kan worden vastgesteld doordat de ingeschreven belangstellende standplaatszoeker een uittreksel uit het bevolkingsregister ter inzage geeft aan de verhuurder met daarop de adresgegevens van hemzelf en diens ouders vermeldt. Mantelzorg: Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.

Rechtspraak bij dit artikel